Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9269

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-06-2011
Datum publicatie
27-06-2011
Zaaknummer
10-1257 ZVW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1257 ZVW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet in samenhang met de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep van:

CAK BV, (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank van Groningen van 31 december 2009, 09/209 AWBZ BRU (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 8 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 22 december 2010 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Bij brief van 11 januari 2011 heeft mr A. Bijlsma namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten en om compensatie van immateriële schade.

Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Naar aanleiding van de intrekking van het hoger beroep door CAK overweegt de Raad als volgt.

Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:”73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.

Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Aangezien de rechtbank bij de aangevallen uitspraak reeds heeft beslist ten aanzien van de proceskosten die aan de zijde van betrokkene zijn gevallen in verband met de procedure in eerste aanleg, en betrokkene tegen die uitspraak geen hoger beroep heeft ingesteld, staan hier slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling.

De Raad ziet aanleiding om CAK te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep van CAK redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten, begroot op

€ 437,-- voor het indienen van een verweerschrift namens betrokkene.

CAK heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij het besluit van 16 februari 2009 is vernietigd. Nu bij de aangevallen uitspraak tevens is bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, en deze beslissing niet is aangevochten door partijen, ziet de Raad geen aanleiding voor een veroordeling tot schadevergoeding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt het CAK in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 437,--;

Wijst het verzoek om een veroordeling tot schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van M. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2011.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) M. Koopman.

HD