Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9163

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-06-2011
Datum publicatie
27-06-2011
Zaaknummer
10-4839 AOW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Appellant heeft zich niet vóór het verstrijken van de gestelde termijn waarbinnen het griffierecht moest worden betaald, tot de Raad gewend met een verzoek om uitstel van betaling, terwijl niet is gebleken dat appellant daartoe niet in staat is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4839 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2010, 09/5067 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Datum uitspraak: 7 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 3 december 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 3 december 2010 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 april 2011, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 3 december 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 11 oktober 2010 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Het griffierecht is door de Raad op 15 december 2010, en daarmee buiten de gestelde termijn, ontvangen.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij door omstandigheden niet in staat is geweest het griffierecht binnen de gestelde termijn te betalen.

De Raad vindt hierin geen grond voor het oordeel dat het verzuim niet aan appellant kan worden tegengeworpen. Daarvoor is doorslaggevend dat appellant zich niet vóór het verstrijken van de gestelde termijn waarbinnen het griffierecht moest worden betaald, tot de Raad heeft gewend met een verzoek om uitstel van betaling, terwijl niet is gebleken dat appellant daartoe niet in staat is geweest.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 111,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

KR

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

Déclare le recours non fondé.

Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 7 juin 2011.