Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8278

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
21-06-2011
Zaaknummer
09/2837 WW + 10/5013 ZW + 11/1393 ZW + 11/1394 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WW- en ZW-uitkering. Uwv heeft bij nieuw besluit alsnog ZW-uitkering toegekend per 15 februari 2007 alsmede schadevergoeding. Het standpunt van appellant dat hij over periode van oktober 2006 tot 15 februari 2007 geen inkomen heeft gehad is niet onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2837 WW

10/5013 ZW

11/1393 ZW

11/1394 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraken van de rechtbank Maastricht van 15 april 2009, 08/1116 (aangevallen uitspraak 1) en van 28 juli 2010, 09/928 (aangevallen uitspraak 2)

in de gedingen tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 15 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. drs. H.M.G. Duijsters, advocaat, tegen beide aangevallen uitspraken hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft in beide zaken een verweerschrift ingediend en heeft nadere besluiten ingezonden.

De voormalig werkgever van appellant, de Stichting [naam stichting 1], heeft na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld kenbaar gemaakt als partij te willen deelnemen maar heeft geen standpunt ingebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2011. Appellant is, opgeroepen bij gemachtigde te verschijnen, in persoon verschenen en bijgestaan door mr. Duijsters. Het Uwv, eveneens opgeroepen bij gemachtigde te verschijnen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.P. Veldman. Namens de voormalig werkgever is verschenen

[C.C.M. G-K] werkzaam bij [stichting 2], rechtsopvolger van [stichting 1].

II. OVERWEGINGEN

1.1. Partijen zijn het er over eens dat de aangevallen uitspraak 2 niet in stand kan blijven, omdat het Uwv bij besluiten van

8 december 2010 appellant alsnog ziekengeld heeft toegekend over de periode van 15 februari 2007 tot en met 24 oktober 2008 en bij besluit van 9 februari 2011 de wettelijke rente heeft vergoed. De Raad ziet geen aanleiding daarover anders te oordelen. De Raad zal die uitspraak vernietigen, behoudens voor zover daarin omtrent de vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in eerste aanleg is beslist.

1.2. De besluiten van 8 december 2010 en 9 februari 2011 komen niet volledig tegemoet aan appellant en zullen daarom met overeenkomstige toepassing in hoger beroep van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht in de onderhavige procedure worden betrokken. Appellant heeft gesteld dat hij vanaf 24 oktober 2006, zijn eerste ziektedag, tot

15 februari 2007 geen inkomen heeft gehad en hij wenst dit alsnog gecompenseerd te zien in de vorm van ziekengeld of een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW).

2. De Raad stelt voorop dat het Uwv bij de besluitvorming inzake de aanvraag om een WW-uitkering, respectievelijk ziekengeld de aanspraken van appellant per 15 februari 2007 heeft beoordeeld. Eerst ter zitting heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat hij over de periode van 24 oktober 2006 tot 15 februari 2007 geen inkomen heeft genoten. Appellant heeft deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd. Ook in de dossiers zijn geen aanknopingspunten voor zijn standpunt te vinden. De Raad wijst er daarbij op dat appellant tot 15 februari 2007 in dienst is geweest van de [stichting 1] en dat aan appellant loonstroken over de periode van 24 oktober 2006 tot 15 februari 2007 zijn verstrekt. Appellant heeft bij zijn aanvraag om een WW-uitkering expliciet vermeld dat zijn loon tot 15 februari 2007 is doorbetaald. Reeds om deze reden ziet de Raad geen aanleiding appellant te volgen in zijn standpunt dat hij voor betaling van ziekengeld of WW-uitkering vanaf

24 oktober 2006 in aanmerking komt.

3. Overigens heeft appellant geen gronden aangevoerd tegen de besluiten van 8 december 2010 en 9 februari 2011, zodat de beroepen tegen deze besluiten ongegrond zijn. De beroepsgronden die appellant tegen aangevallen uitspraak 1 naar voren heeft gebracht ten aanzien van het recht op een WW-uitkering zijn door de besluiten van 8 december 2010 achterhaald. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het beroep tegen aangevallen uitspraak 1 niet slaagt.

4. Het Uwv heeft zich ter zitting bereid verklaard de proceskosten in beide zaken te vergoeden. Deze kosten worden bepaald op € 1.588,-- voor de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak 1;

Vernietigt de aangevallen uitspraak 2, behoudens voor zover daarin is beslist omtrent de vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in eerste aanleg;

Verklaart de beroepen tegen de besluiten van 8 december 2010 en 9 februari 2011 ongegrond;

Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant tot een bedrag van in totaal € 1.588,--, te betalen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal

€ 221,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2011.

(get.) M. Greebe.

(get.) N.S.A. El Hana.

CVG