Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7837

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-06-2011
Datum publicatie
16-06-2011
Zaaknummer
11-2999 AW-VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Bij volledig gemis van inkomsten weegt het financiële belang van verzoekster, die de (financiële) zorg heeft voor twee jonge kinderen, zwaarder dan het belang van het college dat gelegen is in een relatief beperkt restitutierisico, mocht over enkele maanden blijken dat (ook) die bezoldiging onverschuldigd is betaald. Schorsing van de werking van het jegens verzoekster genomen besluit. De Raad draagt het college op aan verzoekster haar bezoldiging te betalen als was aan haar geen ontslag verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2999 AW-VV

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak van de

voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep

inzake het verzoek van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoekster),

in verband met het hoger beroep van:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk (hierna: college)

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar van 11 mei 2010, 10/244 en 10/597 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

verzoekster

en

het college

Datum: 6 juni 2011

De beslissing luidt:

Wijst het verzoek van verzoekster om voorlopige voorziening toe;

Schorst de werking van het jegens verzoekster genomen besluit van het college van 5 april 2011 betreffende bezoldiging en terugvordering;

Draagt het college op aan verzoekster haar bezoldiging te betalen als was aan haar geen ontslag verleend;

Veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster, begroot op € 874,- aan kosten van rechtsbijstand en op € 24,60 aan reiskosten;

Bepaalt dat het college aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht van € 152,- vergoedt.

Deze beslissing is als volgt gemotiveerd.

1. Bij de aangevallen uitspraak is de handhaving door het college van een aan verzoekster verleend strafontslag vernietigd. Verzoekster bleef in het genot van haar bezoldiging. Nadat het college het verleende ontslag opnieuw - met een vergelijkbare motivering - heeft gehandhaafd bij besluit van 19 oktober 2010 (hierna: nieuw ontslagbesluit), is de bezoldiging doorbetaald. Bij besluit van 5 april 2011 heeft het college besloten de betaling van de bezoldiging per april 2010 te staken. Het college acht sprake van een abusievelijke doorbetaling nu verzoekster daarop na het nieuwe ontslagbesluit geen aanspraak meer had. Verzoekster heeft zich gekeerd tegen het nieuwe ontslagbesluit en tegen het besluit van 5 april 2011; zij verzoekt dit laatste besluit te schorsen, kennelijk met het oogmerk weer aanspraak te hebben op bezoldiging.

2. De beantwoording van de vraag naar de houdbaarheid van de aangevallen uitspraak en, zo nodig, van het nieuwe ontslagbesluit vergt een onderzoek dat pas in de bodemprocedure goed kan plaatsvinden. De behandeling ter zitting daarvan kan naar verwachting over enkele maanden plaatsvinden.

3. Daarom komt het nu aan op de vraag of, gelet op de betrokken belangen, onverwijlde spoed het treffen van een (voorlopige) voorziening vereist.

4. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Als gevolg van het volledige gemis van inkomsten weegt het financiële belang van verzoekster, die de (financiële) zorg heeft voor twee jonge kinderen, zwaarder dan het belang van het college dat gelegen is in een relatief beperkt restitutierisico, mocht over enkele maanden blijken dat (ook) die bezoldiging onverschuldigd is betaald.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier. De voorzieningenrechter.

(get.) I. Mos. (get.) H.A.A.G. Vermeulen.