Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7809

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-06-2011
Datum publicatie
15-06-2011
Zaaknummer
10-4735 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. De Raad is van oordeel dat de artsen van het Uwv met de brief van 29 januari 2009 van psychiater W.M.A. Smit over voldoende informatie vanuit de behandelend sector beschikten om tot een verantwoorde oordeelsvorming te komen ten aanzien van de van appellante te vergen belastbaarheid. Ook in hoger beroep heeft appellante haar stelling van volledige arbeidsongeschiktheid niet met medische gegevens onderbouwd. De eigen opvatting van appellante omtrent de gevolgen van de therapieën voor haar gezondheidstoestand en de beperkingen die hieruit voortvloeien is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde (duur)belastbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4735 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 juli 2010, 09/5576 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J. Biemond, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2011. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. K.M. Schuijt.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

2. Bij besluit van 30 juni 2009 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, zijn beslissing gehandhaafd de WAO-uitkering van appellante per 5 april 2009 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.

3. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellante tegen het besluit van 30 juni 2009 ongegrond verklaard.

4. Appellante heeft in hoger beroep, kort samengevat, herhaald dat zij volledig arbeidsongeschikt is. Zij stelt zich - evenals in beroep - op het standpunt dat de door haar gevolgde therapieën een zodanige uitwerking op haar (psychische) gezondheidstoestand hebben dat het volgen van die therapieën niet verenigbaar is met een belasting voor arbeid. Er had volgens appellante bij de behandelend sector specifieke informatie moeten worden ingewonnen naar de stand van zaken en de effecten van de therapie. Voorts is niet gebleken dat de gezondheidssituatie in 2009 verbeterd is ten opzichte van 2007.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in beroep ingediende en in hoger beroep herhaalde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

5.3. De Raad is van oordeel dat de artsen van het Uwv met de brief van 29 januari 2009 van psychiater W.M.A. Smit over voldoende informatie vanuit de behandelend sector beschikten om tot een verantwoorde oordeelsvorming te komen ten aanzien van de van appellante te vergen belastbaarheid. Ook in hoger beroep heeft appellante haar stelling van volledige arbeidsongeschiktheid niet met medische gegevens onderbouwd. De eigen opvatting van appellante omtrent de gevolgen van de therapieën voor haar gezondheidstoestand en de beperkingen die hieruit voortvloeien is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde (duur)belastbaarheid.

5.4. Met de rechtbank is de Raad voorts van oordeel dat uitgaande van de voor appellante vastgestelde beperkingen de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voor appellante geschikt zijn.

5.5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. Bijgevolg dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) R.L. Venneman.

NK