Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7746

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-06-2011
Datum publicatie
14-06-2011
Zaaknummer
10-6225 Wajong
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking Wajong-uitkering. Minder dan 25% arbeidsongeschikt. De Raad stelt vast dat appellante haar in hoger beroep gehandhaafde bezwaren tegen de medische grondslag van het bestreden besluit niet nader met medische gegevens heeft onderbouwd. De Raad volstaat daarom met de overweging dat de rechtbank deze bezwaren in rechtsoverweging 10 van de aangevallen uitspraak afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom deze niet slagen. Aldus met de rechtbank ervan uitgaande dat de belastbaarheid van appellante niet onjuist is gewaardeerd, heeft ook de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de bij de onderhavige schatting in aanmerking genomen functies niet haalbaar zouden zijn voor appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6225 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 oktober 2010, 08/1338 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Tracey, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, gevestigd te Leusden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2011. Namens appellante is verschenen haar gemachtigde mr. W.P.J.M. van Gestel, kantoorgenoot van mr. Tracey. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. G.A. Vermeijden.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), zoals die luidden tot 1 januari 2010.

1.2. Bij besluit van 13 december 2007 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wajong met ingang van 12 februari 2008 ingetrokken op de grond dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedraagt.

1.3. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 7 maart 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft - kort samengevat - zowel de medische als de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3. Appellante heeft in hoger beroep haar bezwaren tegen de medische grondslag van het bestreden besluit gehandhaafd. In het bijzonder houdt zij staande dat onvoldoende rekening is gehouden met de ernst van de bij haar bestaande psychische klachten. Als gevolg van de ernst van haar klachten acht appellante zich niet in staat tot het vervullen van de voorgehouden functies. Ter zitting is namens appellante voorts nog aangevoerd dat de signaleringen onvoldoende zijn gemotiveerd. Bij diverse functies dient dertig kilo getild danwel gedragen te worden, waartoe appellante zich niet in staat acht.

4.1. De Raad stelt vast dat appellante haar in hoger beroep gehandhaafde bezwaren tegen de medische grondslag van het bestreden besluit niet nader met medische gegevens heeft onderbouwd. De Raad volstaat daarom met de overweging dat de rechtbank deze bezwaren in rechtsoverweging 10 van de aangevallen uitspraak afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom deze niet slagen.

4.2. Aldus met de rechtbank ervan uitgaande dat de belastbaarheid van appellante niet onjuist is gewaardeerd, heeft ook de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de bij de onderhavige schatting in aanmerking genomen functies niet haalbaar zouden zijn voor appellante. Ten aanzien van de eerst ter zitting aangevoerde grond dat in de functie productiemedewerker papier, karton, drukkerij (sbc-code 111174) dertig kilo getild of gedragen dient te worden zodat appellante die functie niet zelfstandig kan vervullen, overweegt de Raad dat, wat daar ook van zij, indien deze functie zou vervallen er voldoende passende functies resteren als grondslag voor de schatting en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante hierdoor niet wijzigt.

4.3. Uit de overwegingen 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2011.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) T.J. van der Torn.

NK