Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7532

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-05-2011
Datum publicatie
09-06-2011
Zaaknummer
10-1527 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag voor een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de Wuv. Voor beperkingen in het sociaal functioneren, zoals door Bisek genoemd, zijn geen concrete aanknopingspunten aanwezig. Hetzelfde geldt voor de rubriek concentratie, doorzettingsvermogen en tempo. Wat betreft de aanpassing aan stress heeft Kho weliswaar een beperking aangenomen, maar blijkt uit de uiteenzettingen van Ohlenschlager dat dit op een vergissing moet berusten. Krompier heeft op dit punt geen enkele beperking geconstateerd en uit hetgeen Bisek opmerkt over appellants “irritability” (prikkelbaarheid) kan niet concreet worden afgeleid dat en waarom deze een niveau zou bereiken dat tot invalidering leidt. De Raad merkt daarbij nog op dat ook Kho concludeert dat de primaire afwijzing terecht is gegeven en dat appellant in sociaal opzicht goed functioneert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1527 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[Appellant], wonende te [woonplaats], USA, (hierna: appellant),

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, thans: de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: verweerder)

Datum uitspraak: 26 mei 2011

I. PROCESVERLOOP

Dit geding, dat aanvankelijk is gevoerd door de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR), is in verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), voortgezet door de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUV van de PUR.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerder op 3 december 2009, kenmerk BZ 48513, JZ/R70/2009, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verder: bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2011. Appellant is niet verschenen, zoals tevoren was gemeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant, geboren in 1928 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in augustus 2008 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de Wuv. Bij besluit van verweerder van 22 april 2009 is appellant op grond van internering in verschillende kampen erkend als vervolgde en is aan hem, naast een vergoeding van verschillende voorzieningen, een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer toegekend. Op de aanvraag voor onder meer een periodieke uitkering is afwijzend beslist.

1.2. Bij het bestreden besluit is gehandhaafd het standpunt van verweerder dat appellant niet in aanmerking komt voor een periodieke uitkering. Aanvaard is dat de psychische klachten van appellant in verband staan met de vervolging, maar volgens verweerder hebben deze niet geleid tot een verminderd functioneren ten opzichte van leeftijds-genoten. Daarbij is overwogen dat er bij appellant beperkingen bestaan als gevolg van slaapproblemen en in de adaptatie aan stresserende factoren, maar dat appellant in sociaal opzicht goed functioneert.

2. In beroep is door appellant in hoofdzaak naar voren gebracht dat de beperkingen als gevolg van zijn psychische klachten zijn onderschat, gezien het effect van die klachten op zijn sociale leven en zijn gemoedstoestand. Ter toelichting heeft appellant verwezen naar een door hem overgelegd rapport van psycholoog A. Bisek van 19 april 2010.

3. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Verweerder heeft daarbij verwezen naar de (ongedateerde) rapportage van geneeskundig adviseur T. Ohlenslager, waarin wordt ingegaan op de bevindingen van A. Bisek.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Verweerder heeft het primaire besluit doen steunen op een advies van zijn geneeskundig adviseur, de arts A.J. Maas, alsmede op het verslag van een onderzoek door de psychiater A. Krompier. In bezwaar heeft verweerder nader advies ingewonnen van een andere geneeskundig adviseur, de arts G.L.G. Kho. Het door appellant in beroep overgelegde rapport van de psycholoog A. Bisek is op verzoek van verweerder van commentaar voorzien door een derde geneeskundig adviseur, de arts T. Ohlenschlager.

4.2. Blijkens het verhandelde ter zitting moet het standpunt van verweerder, in het voetspoor van Ohlenschlager, aldus worden begrepen dat appellant in de rubriek dagelijks functioneren een matige tot geringe beperking ondervindt vanwege zijn slaapproblemen. In de andere rubrieken is van in aanmerking te nemen beperkingen geen sprake. De verwijzing in het bestreden besluit naar beperkingen in de rubriek aanpassing aan stresserende factoren is ontleend aan het advies van Kho, maar wordt door Ohlenschlager weersproken. Een beperking inzake stress is eigenlijk niet aan de orde. Het geheel overziend, is er bij appellant nog geen sprake van verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdsgenoten, aldus verweerder.

4.3. De Raad kan verweerder in dit betoog volgen. Wat betreft de rubriek dagelijkse activiteiten blijkt uit de beschikbare rapporten uitsluitend van problemen met slapen. Waarom de hieruit voortvloeiende beperking door Krompier als “moderate to substantial” (matig tot aanzienlijk) wordt ingeschat, is uit diens rapport onvoldoende af te leiden. De door Ohlenschlager gegeven karakterisering als gering tot matig is meer in overeenstemming met het totale beeld zoals dit uit de medische gegevens naar voren komt. Voor beperkingen in het sociaal functioneren, zoals door Bisek genoemd, zijn geen concrete aanknopingspunten aanwezig. Hetzelfde geldt voor de rubriek concentratie, doorzettingsvermogen en tempo. Wat betreft de aanpassing aan stress heeft Kho weliswaar een beperking aangenomen, maar blijkt uit de uiteenzettingen van Ohlenschlager dat dit op een vergissing moet berusten. Krompier heeft op dit punt geen enkele beperking geconstateerd en uit hetgeen Bisek opmerkt over appellants “irritability” (prikkelbaarheid) kan niet concreet worden afgeleid dat en waarom deze een niveau zou bereiken dat tot invalidering leidt. De Raad merkt daarbij nog op dat ook Kho concludeert dat de primaire afwijzing terecht is gegeven en dat appellant in sociaal opzicht goed functioneert.

4.4. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellant ongegrond te worden verklaard.

5. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en H.C.P. Venema en R. Kooper als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2011.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) T.J. van der Torn.

HD