Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7263

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-06-2011
Datum publicatie
08-06-2011
Zaaknummer
09-2836 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag voor het ontvangen van uitkering ingevolge de Wajong. Het Uwv heeft met recht gesteld dat er tussen 28 januari 1980 en 28 januari 1981 alsmede op 29 januari 1981 wel sprake was van spanningen en psychische klachten, maar dat deze niet van zodanige aard waren dat appellante toen buiten staat was om 75% van het maatmanloon te verdienen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2836 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 april 2009, 08/4774 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 1 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 16 juni 2010 heeft het Uwv een vraag van de Raad beantwoord.

Bij brief van 23 juni 2010 heeft mr. R. Wijling, advocaat te Rotterdam, zich als gemachtigde van appellante gesteld.

Bij schrijven van 5 november 2010 heeft eerder genoemde gemachtigde een nadere toelichting op het hoger beroep gegeven en een rapport van 21 september 2010 van M. Kazemier, psychiater, in het geding gebracht.

Het Uwv heeft bij brief van 6 april 2011 een reactie op dit rapport van 5 april 2011 van M. Kleinjan, bezwaarverzekeringsarts, naar de Raad gezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2011. Bovengenoemde gemachtigde was aanwezig, vergezeld van [V.]. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad stelt voorop dat het hier aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en die van de Wajong zoals deze luidden ten tijde hier van belang.

1.2. Appellante, geboren [in] 1963, heeft op 24 februari 2008 een aanvraag voor het ontvangen van uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) ingediend. De verzekeringsarts H.P. Vellekoop heeft blijkens diens rapport van 26 maart 2008 vastgesteld, dat appellante beperkingen ondervindt op het vlak van het persoonlijk en sociaal functioneren in verband met spanningsklachten, stress en depressieve klachten, samenhangend met genderproblematiek; deze beperkingen - die ook van toepassing zijn op de datum in geding, de zeventiende verjaardag van appellante - zijn vastgelegd in een functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 26 maart 2008. Appellante is echter in staat om met aan deze beperkingen aangepaste arbeid 75% van het in aanmerking te nemen maatmanloon te verdienen. De arbeidskundige van het Uwv heeft zulks onderbouwd in een rapport van 29 april 2008 door middel van het selecteren van een aantal voorbeeldfuncties. Bij besluit van 30 april 2008 heeft het Uwv de aanvraag van appellante afgewezen, omdat zij op de datum in geding minder dan 25% arbeidsongeschikt was en er na 29 januari 1980 geen 52 weken van doorlopende arbeidsongeschiktheid vallen aan te wijzen. Het daartegen namens appellante gemaakte bezwaar is, nadat de bezwaarverzekeringsarts J.H.M. de Brouwer rapport had uitgebracht, bij besluit van 6 oktober 2008 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarbij heeft zij aangevoerd dat zij ook destijds al meer beperkt was dan door het Uwv is aangenomen, waarbij zij heeft gewezen op een intake-verslag van het RIAGG van 5 april 2004 en een zorgplan en enkele verslagen van de GGZ Europoort uit 2005/2006. Het Uwv heeft afgezien van eerder vermelde rapporten, tevens gewezen op een rapport van G.M.M.L. Frijns, psychiater, van 7 januari 2002 - uitgebracht in het kader van een WAO aanvraag van appellante welke bij besluit van 1 maart 2002 is afgewezen, omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht -; in dit rapport stelt Frijns dat geen sprake is van een zodanige psychopathologie dat appellante geheel buiten staat zou zijn om arbeid te verrichten.

3. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank allereerst overwogen dat de beoordeling in dit geval aan de hand van de bepalingen van de AAW (in werking per 1 oktober 1976) dient plaats te vinden. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv de mogelijkheden en beperkingen van appellante op de data in geding niet onjuist heeft ingeschat. Appellante is eerst in 2004 onder behandeling van het RIAGG gekomen, terwijl tevens van belang kan worden geacht dat appellante gedurende een relevant aantal jaren na haar zeventiende verjaardag als uitzendkracht werkzaam is geweest.

4. Namens appellante is in hoger beroep het eerder gestelde herhaald en gewezen op het eerder vermelde rapport van Kazemier.

5.1. De Raad oordeelt als volgt.

5.2. De Raad merkt allereerst op dat de rechtbank, gelet op de in dit geding te beoordelen periode, met recht de bepalingen van de AAW tot uitgangspunt heeft genomen. Voorts dat het gelet op de bepalingen van deze wet - en overigens ook die van de Wajong - hier slechts kan gaan om de vraag of appellante op haar zeventiende verjaardag, 28 januari 1980, arbeidsongeschikt was in de zin van genoemde wetten, dit daarop aansluitend gedurende 52 weken is gebleven en op het eind van deze wachttijd nog steeds arbeidsongeschikt was in voormelde zin. Een nadien eventueel opgetreden verslechtering in de gezondheidssituatie van appellante moet derhalve buiten beschouwing blijven.

5.3. De Raad kan de conclusie van de rechtbank onderschrijven die erop neerkomt, dat het Uwv met recht heeft gesteld dat er tussen 28 januari 1980 en 28 januari 1981 alsmede op 29 januari 1981 wel sprake was van spanningen en psychische klachten, maar dat deze niet van zodanige aard waren dat appellante toen buiten staat was om 75% van het maatmanloon te verdienen. Appellante heeft haar stelling dat zij - ook toen - meer beperkt was dan door het Uwv is aangenomen slechts onderbouwd door middel van verslagen van het RIAGG en de GGZ Europoort en het eerder vermelde rapport van de psychiater Kazemier. De eerstbedoelde stukken hebben echter alleen betrekking op de periode 2004-2006, derhalve daterend van ver na de data in geding. Kazemier komt in zijn rapport (deels) tot dezelfde diagnose als Frijns voornoemd, te weten dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis in verband met genderproblemen. Vervolgens meent hij, anders dan Frijns, dat tevens sprake is van agorafobie (en een paniekstoornis), op welke diagnose hij met name zijn oordeel baseert dat er bij appellante (nagenoeg) geen benutbare arbeidsmogelijkheden bestaan. Hij vermeldt echter ook uitdrukkelijk in zijn rapport dat een en ander (en dus ook de daaruit eventueel voortvloeiende beperkingen) zich eerst in de periode na 28 januari 1981 heeft ontwikkeld. Dit wordt ondersteund door het gegeven dat appellante tot ongeveer 2000 werkzaam is geweest op uitzendbasis. Dat zulks steeds baantjes van korte duur betrof doet daar niet aan af: de psychische situatie van appellante was, zoals ook uit voormelde rapporten valt af te leiden, toen (nog) niet zodanig dat zij niet aan het arbeidsproces kon deelnemen.

5.4. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. Voor een veroordeling van een der partijen in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen als voorzitter, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2011.

(get.) J. Riphagen.

(get.) T.J. van der Torn.

IvR