Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7244

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-05-2011
Datum publicatie
08-06-2011
Zaaknummer
09-1046 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De door appellant vervulde functie is niet als bezwarend aan te merken. Geen sprake van een verhoogde kans op gezondheidsklachten als bedoeld in artikel 9b:2, onder b, van de CAR/UWO. Evenmin acht de Raad een dergelijke verhoogde kans op gezondheidsklachten aanwezig in verband met de frequentie van het aantal uitrukken. Ook de belasting tijdens de piketwerkzaamheden is niet zodanig hoog dat daarvan wel zou moeten worden gesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1046 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 6 januari 2009, 08/2491 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het dagelijks bestuur van de Regionale brandweer en GHOR Hollands Midden (hierna: dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 19 mei 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. T.G.J. Horlings, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.P. van Galen, advocaat te Leiden, en [W.] en [B.], werkzaam bij de Regionale brandweer en GHOR Hollands Midden (hierna: Regionale brandweer).

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant is werkzaam als algemeen [naam functie] bij de Regionale brandweer. Daarnaast bekleedt hij de functie van hoofdofficier van dienst (HOvD) bij deze brand-weer. Bij het vervullen van deze laatste functie bestond tot en met 31 december 2005 uitzicht op functioneel leeftijdsontslag (FLO) bij het bereiken van de leeftijd van 55 jaar.

1.2. In de gemeentelijke CAO 2005-2007 is besloten tot afschaffing van het FLO per 1 januari 2006 en invoering van een nieuw stelsel voor werknemers in bezwarende functies. Daarbij is voor personeel dat op het moment van het vervallen van het FLO werkzaam was in een zogenoemde FLO-functie overgangsrecht afgesproken. De uitwerking hiervan is neergelegd in hoofdstuk 9b van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling /Uitwerkingsovereenkomst (hierna: CAR/UWO). Afhankelijk van het feit of een ambtenaar al dan niet in een bezwarende functie werkzaam is, geldt voor hem een gunstig dan wel een minder gunstig overgangsrecht volgens hoofdstuk 9b van de CAR/UWO. Wegens de sterke verschillen per korps in het takenpakket van de functies van HOvD en van officier van dienst hebben de sociale partners bij de CAO-onder-handelingen ervoor gekozen om lokaal te laten vaststellen of sprake is van een bezwarende functie. Het bepaalde in hoofdstuk 9b van de CAR/UWO is op het personeel van de Regionale brandweer van toepassing verklaard.

1.3. Bij besluit van 22 maart 2006 heeft het dagelijks bestuur de officiersfuncties, waaronder die van HOvD, als niet bezwarend aangemerkt. Bij het bestreden besluit van 21 februari 2008 heeft het dagelijks bestuur het besluit van 22 maart 2006 na door appellant gemaakt bezwaar gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

3.1. Ingevolge artikel 9b:2, aanhef en onder b, van de CAR/UWO wordt voor de toepassing van het overgangsrecht onder bezwarende functie verstaan: een betrekking met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten. Een functie kan pas als bezwarend worden aangemerkt als voldaan is aan alle criteria.

3.2. Uit de gedingstukken blijkt dat appellant, naast zijn bureaufunctie van beleids-medewerker, als HOvD eens per vier á vijf weken gedurende één week (zeven maal 24 uur) voor piketdienst is ingedeeld. Deze dienst leidt zo’n tien keer per jaar tot een daadwerkelijke inzet (uitruk). Appellant heeft dan als HOvD de algehele leiding bij de brandbestrijding en hulpverlening en verricht verscheidene coördinerende werkzaam-heden ten aanzien van de eenheden die betrokken zijn bij de brandbestrijding en hulpverlening. Tot zijn taken behoren niet het beklimmen van ladders en het hanteren van de brandslang terwijl in de regel geen direct contact bestaat met slachtoffers. Voor zover de HOvD al deelneemt aan de feitelijke brandbestrijding, is dit slechts incidenteel en zijn de desbetreffende werkzaamheden van een andere, meer beperkte aard dan die van de uitvoerende brandweerlieden. De Raad onderkent dat de werkzaamheden van de HOvD een zekere psychische druk meebrengen en ook dat de HOvD te maken heeft met een mentale belasting als hij bijvoorbeeld vanuit diepe slaap in korte tijd tijdens de rit met de auto zich op het incident moet voorbereiden. Deze aspecten rechtvaardigen echter niet de conclusie dat sprake is van een verhoogde kans op gezondheidsklachten als bedoeld in artikel 9b:2, onder b, van de CAR/UWO.

Evenmin acht de Raad een dergelijke verhoogde kans op gezondheidsklachten aanwezig in verband met de frequentie van het aantal uitrukken. Ook de belasting tijdens de piketwerkzaamheden is niet zodanig hoog dat daarvan wel zou moeten worden gesproken. Alles overziende, is de Raad van oordeel dat het dagelijks bestuur niet ten onrechte heeft beslist dat de door appellant vervulde functie niet als bezwarend is aan te merken.

3.3. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en D.A.C. Slump als leden, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2011.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) K. Moaddine.

HD