Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7131

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-06-2011
Datum publicatie
07-06-2011
Zaaknummer
10-5166 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/5166 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 6 augustus 2010, 08/7777 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 1 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. I. Roordink-Wester, werkzaam bij CNV Vakmensen te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend, met daarbij gevoegd een rapport van een bezwaarverzekeringsarts van 21 december 2010, en heeft nadien nog een reactie van een bezwaararbeidsdeskundige van 22 december 2010 ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2011. Appellant en mr. Roordink-Wester zijn, met schriftelijk bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 20 maart 2007, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van

5 november 2008 (hierna: bestreden besluit), heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, met ingang van 21 mei 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak, kort samengevat, overwogen dat het medisch onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsarts en de neerslag daarvan in de medische rapporten volledig en voldoende zorgvuldig is geweest en dat er geen aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat er onvoldoende beperkingen bij appellant zijn vastgesteld. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat het van de zijde van appellant ingebrachte rapport van 4 februari 2009 van medisch adviseur mr. drs. J.F.G. Wolthuis enkel is gebaseerd op dossierstudie en niet op eigen onderzoek van appellant. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat, uitgaande van de juistheid van de medische beperkingen, de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn. Nu dit laatste pas in beroep voldoende inzichtelijk is gemotiveerd heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met instandlating van de rechtsgevolgen.

3. De Raad oordeelt als volgt.

3.1. De Raad stelt vast dat het hoger beroep zich richt tegen de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in grote lijnen een herhaling van hetgeen in beroep naar voren is gebracht en is niet met nieuwe medische gegevens onderbouwd. Dit heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.

3.2. Gelet op het voorgaande komt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om te komen tot een proceskostenveroordeling ingevolge artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) N.S.A. El Hana.

IvR