Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4011

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-05-2011
Datum publicatie
11-05-2011
Zaaknummer
09/2206 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag bijzondere bestand voor de kosten van de knieoperatie in het buitenland. Volgens vaste rechtspraak sluit het aan de WWB ten grondslag liggende territorialiteitsbeginsel de mogelijkheid tot bijstandsverlening uit ten aanzien van kosten die buiten Nederland zijn opgekomen of die betrekking hebben op kosten die niet aan Nederland zijn verbonden. De Raad verwijst naar zijn uitspraken van 12 januari 2010, LJN BL0246 en 4 januari 2000, LJN AJ9617. Naar het oordeel van de Raad zijn de door appellant te maken kosten ten behoeve van een knieoperatie in Groot-Brittannië en een second opinion in Duitsland niet aan Nederland verbonden, zodat geen plaats is voor bijstandsverlening voor die kosten.

Wetsverwijzingen
Participatiewet 11
Participatiewet 16
Participatiewet 35
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2206 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 11 maart 2009, 08/839 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo (hierna: College)

Datum uitspraak: 3 mei 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.P. Smit, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 maart 2011. Partijen zijn met bericht van verhindering niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Op 10 januari 2008 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) voor onder meer de kosten van een knieoperatie in Groot-Brittannië en de overige daarmee verband houdende kosten, zoals reiskosten voor een second opinion in München.

1.2. Bij besluit van 28 februari 2008 heeft het College de aanvraag van appellant afgewezen.

1.3. Bij besluit van 5 juni 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 28 februari 2008 gegrond verklaard voor zover dat ziet op andere kosten. Het College heeft aan de afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van de knieoperatie en de daarmee verband houdende kosten ten grondslag gelegd dat deze kosten op grond van het in artikel 11, eerste lid, van de WWB vervatte territorialiteitsbeginsel niet voor bijstandsverlening in aanmerking komen en dat ook niet is gebleken van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB op grond waarvan deze kosten toch voor vergoeding in aanmerking zouden komen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 5 juni 2008 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat er zeer dringende redenen zijn om de bijstand te verlenen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In artikel 11, eerste lid, van de WWB is bepaald dat iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, recht heeft op bijstand van overheidswege.

4.2. Volgens vaste rechtspraak sluit het aan de WWB ten grondslag liggende territorialiteitsbeginsel de mogelijkheid tot bijstandsverlening uit ten aanzien van kosten die buiten Nederland zijn opgekomen of die betrekking hebben op kosten die niet aan Nederland zijn verbonden. De Raad verwijst naar zijn uitspraken van 12 januari 2010, LJN BL0246 en 4 januari 2000, LJN AJ9617. Naar het oordeel van de Raad zijn de door appellant te maken kosten ten behoeve van een knieoperatie in Groot-Brittannië en een second opinion in Duitsland niet aan Nederland verbonden, zodat geen plaats is voor bijstandsverlening voor die kosten.

4.3. Het eerste lid van artikel 16 van de WWB biedt de mogelijkheid om in afwijking van artikel 11, eerste lid, van de WWB, voor de in geschil zijnde kosten bijstand te verlenen, indien, gelet op alle omstandigheden, zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Blijkens de memorie van toelichting dient dan vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen. Appellant heeft aangevoerd dat sprake is van een acute noodsituatie, omdat hij ernstig was afgevallen en daarnaast zodanig psychische problemen had dat hij heeft geprobeerd zichzelf van het leven te beroven.

4.4. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen zeer dringende redenen in de zin van artikel 16, eerste lid, van de WWB. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat de knieoperatie op 29 april 2008 heeft plaatsgevonden en dat appellant deze operatie heeft kunnen bekostigen door geld te lenen.

4.5. Het voorgaande brengt mee dat de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand terecht is afgewezen.

4.6. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2011.

(get.) O.L.H.W.I. Korte.

(get.) I. Mos.

HD