Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3906

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-04-2011
Datum publicatie
11-05-2011
Zaaknummer
10/2170 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Geen sprake van evidente schending van beginselen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2170 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 3 maart 2010, 09/1757 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn (hierna: College)

Datum uitspraak: 26 april 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 24 augustus 2010 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard omdat hij zich kennelijk onbevoegd heeft geacht om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen.

Appellant heeft tegen de uitspraak van 24 augustus 2010 verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 april 2011. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 24 augustus 2010 is gebaseerd op de enkele overweging dat de aangevallen uitspraak een uitspraak van de rechtbank is als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb en dat ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep kan worden ingesteld.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 30 december 2010, LJN BP1547) kan er tot een doorbreking van het wettelijk appelverbod (slechts) aanleiding zijn, als sprake is geweest van evidente schending van beginselen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen.

Appellant heeft in verzet geen argumenten naar voren gebracht waaruit afgeleid kan worden dat deze uitzondering zich hier voordoet. Er is in het onderhavige geval dan ook geen grond om aan het appelverbod voorbij te gaan. Het verzet dient derhalve ongegrond te worden verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2011.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) R. Scheffer.

HD