Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3729

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-05-2011
Datum publicatie
10-05-2011
Zaaknummer
10/3211 WIA + 10/3212 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekennen loongerelateerde WGA-uitkering. Arbeidsongeschiktheid van appellant is niet duurzaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3211 WIA

10/3212 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 april 2010, 09/5901 en 09/7376 (hierna: aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 mei 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.G. Groen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. de Rooij-Bal.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is op 31 januari 2007 met rugklachten uitgevallen voor zijn werk van administratief medewerker voor 36 uur per week. In verband met de aanvraag voor een uitkering ingevolge de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft op 24 november 2008 verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. Verzekeringsarts E.R. Gerritse heeft te kennen gegeven dat appellant op datum onderzoek niet over duurzaam benutbare mogelijkheden beschikt, omdat hij nog herstellende is van een operatieve ingreep aan de linker hiel. De verwachting is dat de medische situatie van appellant op korte termijn, binnen drie maanden, wezenlijk zal verbeteren. Bij besluit van 26 november 2008 heeft het Uwv aan appellant met ingang van 28 januari 2009 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, omdat hij een meer dan geringe kans op herstel heeft.

1.2. In bezwaar heeft bezwaarverzekeringsarts F.L. van Duijn inlichtingen verkregen van de appellant behandelend neuroloog over de rugklachten en van de behandelend orthopedisch chirurg over het linker hielgewricht en een onderzoek verricht. Hij heeft overwogen dat de stelling van appellant dat sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, niet kan worden gevolgd. Zijn medische toestand laat reeds licht tot matig beperkte belastbaarheid toe, waarbij bij adequate begeleiding en inzet van appellant duidelijke verbetering te verwachten valt. Van Duijn heeft in zijn rapport van

3 juli 2009 geconcludeerd dat de medische onderbouwing van het primaire besluit geheel kan worden gehandhaafd. Bij besluit van 13 juli 2009 (hierna: bestreden besluit 1) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.

2.1. In verband met heronderzoek naar de voortzetting van de WGA-uitkering heeft verzekeringsarts Gerritse na onderzoek op 9 april 2009 en met verkregen inlichtingen van de behandelend orthopedisch chirurg over het linker enkelgewricht vastgesteld dat op afzienbare termijn geen wijziging in de belastbaarheid van appellant is te verwachten. Bij besluit van 14 april 2009 heeft het Uwv beslist dat de WGA-uitkering van appellant ongewijzigd wordt voortgezet.

2.2. In bezwaar heeft bezwaarverzekeringsarts Van Duijn na zijn onderzoek op 2 september 2009 geconcludeerd dat van duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid geen sprake is en de medische onderbouwing van het primaire besluit geheel kan worden gehandhaafd. Bij besluit van 8 september 2009 (hierna: bestreden besluit 2) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar de medische bevindingen en naar het feit dat appellant zijn stellingen niet met medische stukken heeft onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen twijfel aan de medische conclusies van bezwaarverzekeringsarts Van Duijn dat de arbeidsongeschiktheid van appellant niet duurzaam is.

4. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat in de aangevallen uitspraak is miskend dat hij niet geschikt is voor enig werk en volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Uit de verzekeringsgeneeskundige rapporten blijkt onvoldoende dat zijn hielbeperkingen volledig zijn meegenomen. De verwachting van meer dan geringe kans op herstel is niet verwezenlijkt. Zijn medische situatie is inmiddels verslechterd. Appellant verzoekt om benoeming van een deskundige.

5. De Raad overweegt als volgt.

5.1. Gelet op het hoger beroep is uitsluitend in geschil of de met ingang van 28 januari 2009 aangenomen volledige arbeidsongeschiktheid van appellant duurzaam is en hij met ingang van die datum in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) in plaats van een WGA-uitkering.

5.2. Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Ingevolge het tweede lid van dat artikel wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie, terwijl volgens het derde lid onder duurzaam mede wordt verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.

5.3. Bij appellant heeft op 11 november 2008 in verband met pijnklachten een arthroscopie van het linker enkelgewricht plaatsgevonden. Verder is er sprake van pseudoradiculaire rugklachten. Het Uwv heeft bij de beoordeling van de ernst daarvan kennis genomen van informatie van de behandelaars van appellant. Daarnaast is door de verzekeringsartsen van het Uwv eigen medisch onderzoek verricht waarbij appellant enkele keren is gezien door die artsen. Uit de diverse verzekeringsgeneeskundige rapporten blijkt dat rekening is gehouden met de door appellant geuite klachten en de informatie die daaromtrent van de behandelaars is ontvangen. Dat geen verbetering mogelijk is, volgt niet uit de beschikbare medische gegevens. Uit de rapporten en die medische gegevens blijkt integendeel dat verbetering op korte termijn mogelijk is. Afdoende is onderbouwd dat er in de situatie van appellant geen aanleiding was om duurzaamheid van de arbeidsbeperkingen aan te nemen en dat er sprake was van een reële herstelverwachting, zodat op korte termijn mocht worden verwacht dat de arbeidsmogelijkheden van appellant zouden toenemen. Evenmin als in beroep heeft appellant in hoger beroep medische informatie ingebracht ter ondersteuning van zijn standpunt dat de verwachting van de bezwaarverzekeringsarts omtrent de herstelkansen niet deugdelijk was. Dat verbetering zich volgens appellant niet blijkt te hebben gerealiseerd, waardoor de duurzaamheid van zijn volledige arbeidsongeschiktheid is aangetoond, is op zich zelf niet relevant voor de in dit geding te beantwoorden vraag. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad geen aanleiding ziet voor het raadplegen van een deskundige.

5.4. Uit hetgeen is overwogen in 5.1, 5.2 en 5.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2011.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) T.J. van der Torn.

GdJ