Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2726

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
28-04-2011
Zaaknummer
10-2482 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2482 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 31 maart 2010, 09/139(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 april 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011. Appellant is - zoals aangekondigd - niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Ruis.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant ontving een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 21 juli 2008 de WAO-uitkering van appellant met ingang van 22 september 2008 ingetrokken, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder is dan 15%. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.2. Naar aanleiding van het bezwaar heeft medische en arbeidskundige heroverweging plaatsgevonden. Bezwaarverzekeringsarts E. Vastert heeft na zijn onderzoek op 28 oktober 2008 geconcludeerd dat de door de verzekeringsarts vastgestelde beperkingen op psychisch en lichamelijk vlak gehandhaafd kunnen worden. Wel heeft deze arts uit preventief oogpunt een urenbeperking aangenomen tot maximaal vier uur per dag, zodat appellant gelet op zijn medische problematiek voldoende in staat is tot recupereren. Met inachtneming van de aldus aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft bezwaararbeidsdeskundige M. van Wijngaarden vastgesteld dat alle primair ten behoeve van de schatting geduide functies komen te vervallen en heeft hij nieuwe functies geselecteerd. Vergelijking van het maatmaninkomen met de verdiensten in deze functies resulteert in een verlies aan verdiencapaciteit van 61,57%.

1.3. Bij besluit van 21 januari 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant per

22 september 2008 ongewijzigd voortgezet naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, maar die uitkering met ingang van 19 januari 2009 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en het beroep van appellant ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen en dat hij niet in staat is de hem voorgehouden functies te vervullen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit heeft de Raad geen aanleiding gezien om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gegeven. De verzekeringsartsen van het Uwv hebben een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de klachten van appellant en de daaruit voortvloeiende beperkingen. Anders dan appellant heeft aangevoerd, hebben deze artsen ook aandacht geschonken aan zijn nek- en schouderklachten en zijn in verband met die klachten beperkingen aangenomen. Evenmin als de rechtbank is de Raad op grond van door appellant in bezwaar en beroep naar voren gebrachte informatie tot de overtuiging kunnen komen dat appellant op de hier in geding zijn de datum, 19 januari 2009, meer of anders beperkt is dan door het Uwv is vastgesteld met de FML van 28 oktober 2008. Gelet op de aanwezige medische gegevens is naar het oordeel van de Raad het Uwv met de in deze FML opgenomen beperkingen in voldoende mate aan de voor appellant geldende mogelijkheden tegemoet gekomen. Aan de door appellant in het geding gebrachte eindrapportage van Roessingh Arbeid te Enschede van 23 november 2010 kan de Raad niet die betekenis hechten, die appellant daaraan gehecht wenst te zien, reeds omdat deze eindrapportage niet is opgemaakt door een medicus.

4.2. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde medische beperkingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellant in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. In aanmerking genomen de rapporten van Van Wijngaarden van 14 november 2008 en 15 januari 2009, in welke laatste rapport in het bijzonder is ingegaan in de aangevoerde arbeidskundige gronden, is ook de Raad van oordeel dat een als genoegzaam aan te merken onderbouwing is gegeven aan de geschiktheid van de geselecteerde functies.

4.3. Uit hetgeen onder 4.1 en 4.2 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 april 2011.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) T.J. van der Torn.

TM