Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2711

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
28-04-2011
Zaaknummer
09-3831 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering ziekengeld. Voldoende medische grondslag. Geschiktheid voor twee van de destijds in het kader van de WIA geselecteerde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3831 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 17 juni 2009, 08/1074 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 april 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.T. Dieters, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2011. Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. Dieters. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H.M.H. Swarts.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is in juni 2004 wegens klachten in verband met hoge bloeddruk ongeschikt geworden voor haar werk als schoonmaakster. Met ingang van 31 mei 2006 is aan appellante, in aansluiting op de wachttijd van 104 weken, geen uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend, omdat appellante in staat werd geacht in functies meer dan 65% te verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.

1.2. Appellante heeft zich op 3 augustus 2007 vanuit een situatie waarin zij een werkloosheidsuitkering ontving ziek gemeld. Naar aanleiding hiervan is aan appellante ziekengeld toegekend.

2. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd appellante met ingang van 30 mei 2008 hersteld verklaard, zodat haar met ingang van deze datum geen ziekengeld meer werd uitgekeerd. Het ter zake afgegeven besluit is in bezwaar bij besluit van 15 oktober 2008 (het bestreden besluit) gehandhaafd.

3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan het door een bezwaarverzekeringsarts uitgebrachte rapport.

4. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Appellante heeft in hoger beroep volstaan met te verwijzen naar hetgeen al in bezwaar en beroep is betoogd en geen nadere medische gegevens ingebracht. Hetgeen appellante heeft aangevoerd vormt voor de Raad geen reden om te twijfelen aan de conclusie van bezwaarverzekeringsarts N. Visser, die in een zeer uitvoerig gemotiveerd rapport van 13 oktober 2008 heeft uiteengezet dat appellante op de datum in geding geschikt moet worden geacht voor twee van de destijds in het kader van de Wet WIA voor appellante geselecteerde functies. In aanmerking genomen dat elk van de destijds in het kader van de Wet WIA geschikt geacht functies als maatstaf arbeid in de zin van artikel 19 van de Ziektewet geldt en de belasting van die functies genoegzaam blijkt uit het Resultaat Functiebeoordeling van 28 december 2006, vermag de Raad niet in te zien dat hier nog een arbeidskundige beoordeling diende plaats te vinden.

5. Uit hetgeen is overwogen onder 4 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 april 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) M. Mostert.

EK