Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1590

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-04-2011
Datum publicatie
19-04-2011
Zaaknummer
10-1041 WWB-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet tegen de niet-ontvankelijk verklaring van het hoger beroep is ongegrond. Het kwijtraken van de acceptgirokaart voor betaling van het griffierecht komt voor risico van appellant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1041 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2009, 09/1880 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

Datum uitspraak: 11 april 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van

21 september 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 21 september 2010 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 februari 2011, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 21 september 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend en per gewone post verzonden - brief van 26 mei 2010 gestelde termijn (die eindigde op

2 augustus 2010) is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij op vakantie is geweest en mede daardoor de acceptgirokaart is kwijt geraakt. Appellant heeft verzocht om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.

De Raad is van oordeel dat het kwijtraken van de acceptgirokaart voor risico van appellant komt. Het verzoek om toezending van een nieuwe acceptgirokaart is gedaan na afloop van de aan appellant gestelde termijn voor het voldoen van het verschuldigde griffierecht. In overeenstemming met zijn vaste rechtspraak in gevallen als dit zal de Raad daarom niet aan het verzoek voldoen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

EF