Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1220

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-04-2011
Datum publicatie
14-04-2011
Zaaknummer
10-1155 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen toename arbeidsongeschiktheid. I.c. leidt de berekening van het verlies aan verdiencapaciteit (het verschil tussen hetgeen de verzekerde voor aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid verdiende en hetgeen hij met de voor hem geschikt geachte werkzaamheden kan verdienen) niet tot een wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1155 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 12 januari 2010, 08/2983 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 13 april 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2011, waar appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Aan de aangevallen uitspraak ontleent de Raad de volgende feiten en omstandigheden.

1.2. Appellant is voor 38 uur per week werkzaam geweest als dakdekker. Voor dat werk is hij per 26 oktober 2000 uitgevallen vanwege linkerschouderklachten. Het Uwv heeft aan appellant met ingang van 25 oktober 2001 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

1.3. Appellant heeft zich op 21 oktober 2005 toegenomen arbeidsongeschikt gemeld vanwege rugklachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 10 maart 2008 de WAO-uitkering met ingang van 19 oktober 2007 onveranderd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

1.4. Bij besluit van 18 juli 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv de bezwaren van appellant ongegrond verklaard.

2. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

3. In hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd - in essentie een herhaling van hetgeen eerder in de procedure naar voren is gebracht en door de rechtbank op goede gronden is verworpen - heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een andersluidend oordeel te komen. De Raad merkt ten aanzien van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid het volgende op.

Uit de systematiek van de WAO volgt dat de mate van arbeidsongeschiktheid wordt bepaald door enerzijds de medische beperkingen die de verzekerde heeft, en anderzijds door het inkomen dat hij met werkzaamheden kan verdienen, dus in overeenstemming zijn met zijn vastgestelde medische beperkingen. Zo kan het voorkomen dat ondanks een toename van de medische beperkingen de mate van arbeidsongeschiktheid niet toeneemt, maar ongewijzigd blijft of zelfs in voorkomende gevallen afneemt.

In het onderhavige geval leidt de berekening van het verlies aan verdiencapaciteit (het verschil tussen hetgeen de verzekerde voor aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid verdiende en hetgeen hij met de voor hem geschikt geachte werkzaamheden kan verdienen) niet tot een wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Tot slot overweegt de Raad dat aan de eigen beleving door appellant van zijn beperkingen en zijn mening over het al dan niet kunnen werken voor de toepassing van de WAO geen doorslaggevende betekenis kan en mag worden toegekend.

4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 april 2011.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) N.S.A. El Hana.

NK