Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1217

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-04-2011
Datum publicatie
14-04-2011
Zaaknummer
10-950 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt. De rapportages van dr. Busard voor de bezwaarverzekeringsarts zijn aanleiding geweest om de in de FML opgenomen beperkingen voor persoonlijk en sociaal functioneren te heroverwegen en om na te gaan of die op juiste wijze zijn weergegeven. Nu in hoger beroep geen nieuwe gegevens van medische en/of andere aard zijn ingezonden die twijfel aan de juistheid van de FML doen rijzen, acht de Raad het niet noodzakelijk om zich door een medisch deskundige te laten voorlichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/950 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 januari 2010, 09/1313 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 13 april 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft S.A.E. Vancraeynest, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 15 februari 2011 zijn de beroepsgronden nader aangevuld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2011. Appellant is met kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. H. ten Brinke.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak, gelet op de gedingstukken met juistheid, heeft weergegeven. De Raad volstaat hier met de vermelding dat het Uwv bij besluit van 11 februari 2009 heeft vastgesteld dat appellant met ingang van 15 maart 2009 geen recht heeft op uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), op de grond dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Het tegen dit besluit door appellant gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 30 juni 2009 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2.1. De rechtbank heeft, beslissende op het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep, vastgesteld dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), waarin de medische beperkingen van appellant zijn vastgelegd, op een drietal onderdelen in beroep is gewijzigd en dat dientengevolge in beroep een arbeidskundige herbeoordeling diende plaats te vinden. Dit leidt, aldus de rechtbank, tot de conclusie dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit onvoldoende zijn geweest en dat dit besluit om die reden wegens strijd met het bepaalde in artikel 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen stand kan houden. De rechtbank heeft evenwel aanleiding gevonden te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

2.2. Voor haar oordeelsvorming met betrekking tot de medische kant van de schatting heeft de rechtbank acht geslagen op de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts, waaronder begrepen de reactie op het in beroep overgelegde rapport van de appellant behandelend zenuwarts dr. H.L.S.M. Busard. Op basis hiervan heeft de rechtbank geoordeeld dat sprake was van een voldoende diepgaand en zorgvuldig onderzoek en dat niet kan worden gezegd dat het Uwv in onvoldoende mate rekening heeft gehouden met de bij appellant bestaande beperkingen.

2.3. De rechtbank heeft ten aanzien van het arbeidskundige aspect als haar oordeel gegeven dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de aan de schatting ten grondslag liggende functies voor appellant geschikt zijn en dat de mediane loonwaarde van die functies, vergeleken met maatmaninkomen van appellant, niet tot een voor de toepassing van de Wet WIA relevante mate van arbeidsongeschiktheid leidt. Daarop heeft de rechtbank het bestreden besluit vernietigd en de rechtsgevolgen ervan in stand gelaten.

3.1. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat ongemotiveerd door de rechtbank voorbij is gegaan aan de rapportages van dr. Busard en dat zijn psychische beperkingen zijn onderschat. Verder heeft appellant aangevoerd dat hij al meerdere jaren aangeeft last te hebben van elleboog-, arm- en nekklachten, waarvoor hij fysiotherapie heeft. Die klachten zijn onverminderd aanwezig en hebben na de datum in geding geleid tot toekenning van een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) per 2 augustus 2010. Uit die erkenning van zijn al jaren bestaande klachten leidt appellant af dat in de FML zijn medische beperkingen onvoldoende zijn weergegeven en dat deze onzorgvuldig is opgemaakt. Voorts heeft appellant gewezen op de discrepantie tussen de beoordeling van zijn psychische klachten door de betrokken verzekeringsartsen en dr. Busard. Om die reden heeft appellant de Raad in overweging gegeven een onafhankelijk medisch deskundige in te schakelen. Ten slotte heeft appellant met betrekking tot de arbeidskundige kant opgemerkt dat functies zijn geduid waarbij sprake is van “tweehandige handelingen”, waartegen hij bezwaar heeft gemaakt.

3.2. Het Uwv heeft bij verweerschrift erop gewezen dat appellant zijn stellingen niet met (nieuwe) medische gegevens heeft onderbouwd.

4.1. Het hoger beroep van appellant is gericht op het in stand laten door de rechtbank van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.

4.2. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de medische oordeelsvorming. Daarbij acht de Raad van belang dat, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, de rapportages van dr. Busard voor de bezwaarverzekeringsarts aanleiding zijn geweest om de in de FML opgenomen beperkingen voor persoonlijk en sociaal functioneren te heroverwegen en om na te gaan of die op juiste wijze zijn weergegeven. Nu in hoger beroep geen nieuwe gegevens van medische en/of andere aard zijn ingezonden die twijfel aan de juistheid van de FML doen rijzen, acht de Raad het niet noodzakelijk om zich door een medisch deskundige te laten voorlichten.

4.3. De omstandigheid dat appellant per 2 augustus 2010 uitkering ingevolge de ZW ontvangt doet hieraan niet af. Het gaat in dit geding om de medische situatie van appellant per 15 maart 2009. Ter zitting van de Raad is van de zijde van het Uwv gemeld dat aan het desbetreffende rapport van de betrokken verzekeringsarts valt te ontlenen dat aan de verlening van ZW-uitkering per 2 augustus 2010 andersoortige klachten van appellant ten grondslag liggen dan die in dit geding aan de orde zijn.

4.4. Het bezwaar van appellant tegen de in de geduide functies voorkomende “tweehandige handelingen”, omdat hij die met zijn linker elleboogklachten niet kan verrichten, is reeds door de bezwaararbeidsdeskundige bij rapport van 9 juni 2009 onder ogen gezien. Naar het oordeel van de Raad heeft de bezwaararbeidsdeskundige per functie genoegzaam uiteengezet, waarom appellant ondanks zijn beperkingen aan de linkerarm, in staat moet worden geacht de aan deze functies verbonden werkzaamheden te verrichten.

5. Het hiervoor overwogene leidt de Raad tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.

6. Voor vergoeding van schade als door appellant verzocht ingevolge artikel 8:73 van de Awb is in het onderhavige geval gelet hierop geen plaats, zodat de Raad dit verzoek afwijst.

7. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

Wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 april 2011.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) N.S.A. El Hana.

IvR