Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1088

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-03-2011
Datum publicatie
14-04-2011
Zaaknummer
09-5828 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering bijzondere bijstand ter betaling van hem opgelegde belastingaanslagen over 2005 en 2006 is terecht. Appellant beschikte ten tijde van het ontstaan van de schulden dan wel nadien over inkomen waarmee in de noodzakelijke bestaanskosten kon worden voorzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/5828 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 7 september 2009, 09/335 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (hierna: College)

Datum uitspraak: 22 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R. van Asperen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter zitting aan de orde gesteld op 15 februari 2011. Partijen zijn, zoals bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten, omstandigheden en toepasselijke wetgeving verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd ter betaling van hem opgelegde belastingaanslagen over 2005 (€ 1.055,-- incl. kosten) en over 2006 (€ 679,--). Bij besluiten van 29 augustus 2008 en 9 oktober 2008, gehandhaafd bij besluit van 24 maart 2009, zijn deze aanvragen afgewezen. Daaraan is - kort gezegd - onder verwijzing naar artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, en artikel 49 van de WWB, ten grondslag gelegd dat voor schulden in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is en dat niet gebleken is van zeer dringende redenen om van dat uitgangspunt af te wijken.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 24 maart 2009 ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen de uitspraak van de rechtbank gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt voorop dat belastingaanslagen over voorgaande jaren zijn aan te merken als schulden aan de Belastingdienst. Op grond van de voorhanden gegevens gaat de Raad ervan uit dat appellant ten tijde van het ontstaan van de schulden dan wel nadien beschikte over een uitkering of inkomen waarmee in de noodzakelijke bestaanskosten kon worden voorzien, zodat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB zich tegen bijstandsverlening verzet. De Raad neemt daarbij overigens nog in aanmerking dat appellant over 2005 niet bijstandbehoevend was, althans geen algemene bijstand heeft ontvangen, en over 2006 deels bijstand heeft ontvangen maar ook deels betaald werk heeft verricht, waarover door de betreffende werkgevers te weinig loonheffing is ingehouden. Dat laatste was kennelijk aanleiding voor de aanslag over 2006 die vervolgens aan de aanvraag om bijzondere bijstand over 2006 ten grondslag is gelegd.

In hetgeen overigens is aangevoerd ziet de Raad met de rechtbank geen zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB, zodat ook aan die bepaling geen recht op bijzondere bijstand kan worden ontleend.

4.2. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en R.H.M. Roelofs en M.A. Hoogeveen als leden, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2011.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) R.L.G. Boot.

IJ