Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0116

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-03-2011
Datum publicatie
05-04-2011
Zaaknummer
10-4393 WAZ-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. De Raad is van oordeel dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn verschoonbaar is. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 6 oktober 2010 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4393 WAZ-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 10 juni 2010, 09/1714 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Datum uitspraak: 31 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 6 oktober 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 6 oktober 2010 heeft appellant verzet gedaan.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 6 oktober 2010 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Met verwijzing naar zijn uitspraak van 14 juli 2009, LJN BJ3193, overweegt de Raad dat appellant uit de brief van de griffier van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 juli 2010, waarbij een aangetekend verzonden brief van 16 juni 2010 opnieuw is verzonden, heeft mogen afleiden dat de hogerberoepstermijn was aangevangen op 21 juli 2010. Nu appellant het hogerberoepschrift op 5 augustus 2010 heeft ingediend, is de Raad van oordeel dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn in dit geval verschoonbaar is.

In deze omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 6 oktober 2010 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Van kosten van appellant waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is de Raad niet gebleken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

CVG