Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP9865

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-03-2011
Datum publicatie
04-04-2011
Zaaknummer
10-2472 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2472 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 maart 2010, 09/3794 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Koot, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend.

Appellante heeft een aanvullend stuk ingediend, waarop een reactie is gekomen van het Uwv.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2011, waar namens appellante mr. Koot is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante is op 2 juli 1996 uitgevallen uit haar functie van registratiebeambte met psychische klachten. Per einde wachttijd is haar een uitkering ingevolgde de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.

2. Het beroep van appellante is gericht tegen het besluit van 21 april 2009 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 24 oktober 2008. Daarbij is bepaald dat de WAO-uitkering van appellante met ingang van

26 december 2008 wordt herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%.

3. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

4. In hoger beroep heeft appellante haar eerdere stellingen herhaald dat haar psychische en lichamelijke beperkingen zijn onderschat en dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) ten onrechte geen urenbeperking is opgenomen. Ter ondersteuning is verwezen naar de informatie van haar huisarts en behandelend psychiater R.K.D. Prasatya, en is aanvullend een rapport van verzekeringsgeneeskundige drs. D.J. Helmink ingebracht en verzocht om inschakeling van een deskundige. Ten slotte is de geschiktheid van de geduide functies bestreden.

5. De Raad overweegt het volgende.

5.1. De Raad is van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek vanwege het Uwv zorgvuldig is geweest en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat het Uwv psychiater W.M.J. Hassing heeft ingeschakeld voor een expertise. Bezwaarverzekeringsarts Van Zalinge heeft na eigen onderzoek van appellante en het meewegen van de bevindingen van psychiater Hassing en de informatie van de huisarts de FML op enkele punten gewijzigd. De in beroep overgelegde informatie van behandelend psychiater Prasatya heeft de bezwaarverzekeringsarts terecht niet tot een ander standpunt doen leiden, nu de Raad vaststelt dat psychiater Prasatya zich globaal gesproken kan vinden in de bevindingen en diagnose van psychiater Hassing. In hetgeen appellante in hoger beroep onder verwijzing naar het rapport van de verzekeringsgeneeskundige Helmink met betrekking tot de vastgestelde beperkingen heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding om tot een andersluidend oordeel te komen. Bezwaarverzekeringsarts Van Zalinge heeft, aldus de Raad, genoegzaam de bezwaren van verzekeringsgeneeskundige Helmink weerlegd en terecht geen aanleiding gevonden om op medische gronden een andere beslissing te nemen. De Raad concludeert dat de FML juist is vastgesteld. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad het verzoek tot inschakeling van een deskundige afwijst.

5.2. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen aanleiding voor de veronderstelling dat de in aanmerking genomen functies niet in medisch opzicht geschikt zijn voor appellante. In dit verband onderschrijft de Raad de arbeidskundige toelichting van de mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid in de rapporten van 16 april 2009, 14 oktober 2009 en 7 juli 2010, alsook de ter zitting gegeven toelichting van mogelijk persoonlijk risico bij het werken met verschillende naaimachines in de functie textielproductenmaker (Sbc-code 111160).

5.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter, en C.P.J. Goorden en J. Riphagen als leden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2011.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M. Mostert.

CVG