Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP9730

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-03-2011
Datum publicatie
01-04-2011
Zaaknummer
09-5182 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht meer op ziekengeld. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5182 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 augustus 2009, 08/5811 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.J.G. Voets, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2011.

Appellant is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde mr.Voets. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde L.H.J. Ambrosius.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft zich op 18 april 2007 ziek gemeld vanuit een situatie waarin hij een werkloosheidsuitkering ontving, met al langer bestaande rechter knie-, en beenklachten; later zijn daar hartklachten bijgekomen. Appellant is hierop diverse malen op het spreekuur van de verzekeringsarts gezien. Nadat appellant op 10 oktober 2008 voor het laatst op het spreekuur is gezien door de verzekeringsarts heeft deze namens het Uwv bij besluit van 10 oktober 2008 aan appellant medegedeeld dat hij vanaf 13 oktober 2008 geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid, met name de functie van wikkelaar. Bij besluit van 1 december 2008 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 10 oktober 2008, onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 28 november 2008, ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank was daarbij van oordeel dat er geen redenen zijn te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv in het bestreden besluit neergelegde conclusie dat appellant per 13 oktober 2008 in staat moet worden geacht de functie van wikkelaar samensteller van elektronische apparatuur te verrichten.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek en recht op ziekengeld. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad wordt onder “zijn arbeid” verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Deze regel lijdt in een geval als het onderhavige in zoverre uitzondering dat, wanneer de verzekerde na gedurende de maximumtermijn ziekengeld te hebben ontvangen, blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat, als maatstaf geldt gangbare arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van betrokkenes aanspraak op een uitkering ingevolge de WAO. Daarbij is het voldoende indien de hersteldverklaring wordt gedragen door ten minste één van de geselecteerde functies. In dit geval is dat de arbeid die voor appellant in december 2006 als passend is aangemerkt, te weten onder meer de functie van wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur.

3.3. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van wat reeds in beroep is aangevoerd en is niet met (nieuwe) medische gegevens onderbouwd. De Raad ziet daarin geen reden anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan en onderschrijft de ter zake door de rechtbank weergegeven overwegingen en maakt deze tot de zijne. De Raad acht daarbij met name van belang dat de bezwaarverzekeringsarts appellant heeft gezien en lichamelijk heeft onderzocht, waarbij de bezwaarverzekeringsarts expliciet aandacht heeft geschonken aan de flexieproblemen van het rechterbeen van appellant. De bezwaarverzekeringsarts heeft daarnaast kennis genomen van de in het dossier aanwezige (uitvoerige) medische informatie van de appellant behandelend orthopeed dr. M. Dekker en de cardioloog dr. K.R. Ramachandran en meegewogen bij zijn beoordeling. Uitgaande van de op basis hiervan door hem bij appellant vastgestelde beperkingen heeft de bezwaarverzekeringsarts vervolgens in zijn rapportage van 28 november 2008 uitvoerig gemotiveerd waarom appellant geschikt moet worden geacht voor de functie van wikkelaar aangezien in deze functie naar believen de mogelijkheid aanwezig is van stand te veranderen onder andere door kortstondig te gaan staan. De Raad ziet in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen reden aan de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts omtrent de geschiktheid voor de functie van wikkelaar te twijfelen.

4. Gelet op hetgeen hiervoor onder 3.1 tot en met 3.3 is overwogen dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) N.S.A. El Hana.

IvR