Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP9674

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2011
Datum publicatie
31-03-2011
Zaaknummer
10-6069 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest, acht de Raad het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. De Raad overweegt voorts ten overvloede dat het verzoek om herziening eveneens niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden op de grond dat het verzoek geen gronden bevat en dit verzuim niet binnen de daartoe gestelde termijn is hersteld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6069 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht van:

[Verzoekster], wonende te Marokko (hierna: verzoekster),

tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 juli 2010, 09/5841,

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank.

Datum uitspraak: 25 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

[R.]i, wonende te Marokko, heeft als gemachtigde van verzoekster een verzoek om herziening ingediend.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het verzoek om herziening een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 17 november 2010 is de gemachtigde van verzoekster erop gewezen dat een griffierecht van € 110,-- is verschuldigd, en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.

Bij aangetekende brief van 20 december 2010 is de gemachtigde van verzoekster nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek.

De brieven van 17 november 2010 en 20 december 2010 zijn bij de Raad retour ontvangen met op de envelop de mededeling “Nindiqué n’existe pas”.

Na verkregen informatie van de Svb heeft de Raad op 6 januari 2011 een kopie van de brief van 24 december 2010 naar het adres van verzoekster gezonden en is meegedeeld dat er geen nieuwe termijn is gaan lopen voor het betalen van het griffierecht en het insturen van de gronden van het verzoek.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest, acht de Raad het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad overweegt voorts ten overvloede dat het verzoek om herziening eveneens

niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden op de grond dat het verzoek geen gronden bevat en dit verzuim niet binnen de daartoe gestelde termijn is hersteld.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2011.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

Déclare la requête de révision non recevable.

Par conséquent, décidée par M. le maître T.L. de Vries en présence du maître

A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le

25 mars 2011.

Les intéressés et les organes d'administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la

Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

L'intéressé présentant l'opposition pourra demander d'avoir l'opportunité d'être entendu sur son opposition.