Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP9664

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-03-2011
Datum publicatie
31-03-2011
Zaaknummer
09-892 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 juli 2008 is aan appellant meegedeeld dat hem met ingang van 14 juli 2008 geen ziekengeld meer wordt uitgekeerd, omdat hij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de ter zake uitgebrachte rapporten blijk geven van een zorgvuldig onderzoek. Onder de gedingstukken bevindt zich verder een door appellant ingevulde werkbeschrijving, waarmee voldoende inzicht wordt geboden in de aan het werk verbonden belastende aspecten. De door appellant in hoger beroep overgelegde rapportage over de beroepsrisico’s van een betonstaalvlechter/ijzervlechter bevat geen gegevens die erop wijzen dat de (bezwaar)verzekeringsarts geen juist beeld van dit werk heeft gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/892 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 december 2008, 08/6045 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Hoekman, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. C.L. Koets-Bolhuis, advocaat te Den Haag. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant is laatstelijk via een uitzendbureau werkzaam geweest als ijzervlechter. Hij heeft zich op 5 december 2006 wegens nek- en rugklachten ziek gemeld.

2. Bij besluit van 10 juli 2008 is aan appellant meegedeeld dat hem met ingang van 14 juli 2008 geen ziekengeld meer wordt uitgekeerd, omdat hij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid.

3. Bij besluit van 5 augustus 2008 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 10 juli 2008 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij overwogen dat uit het onderzoek van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts voldoende gegevens naar voren zijn gekomen om tot een afgewogen oordeel te kunnen komen omtrent de door appellant geldende beperkingen. De rechtbank zag geen aanleiding het medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsarts onzorgvuldig te achten en heeft daarbij in aanmerking genomen dat van de kant van appellant geen nadere medische informatie in het geding is gebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de beoordeling door de verzekeringsartsen.

5. De Raad verenigt zich met het oordeel van rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Appellant is onderzocht voor een verzekeringsarts. Ook een bezwaarverzekeringsarts heeft, na bestudering van de dossiergegevens, een eigen onderzoek verricht, waarbij de door appellant ingebrachte medische informatie is betrokken. Op grond hiervan is de bezwaarverzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat voor appellants nekklachten slechts een myogene verklaring is gevonden en dat diens rugfunctionaliteit ongestoord is te achten. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de ter zake uitgebrachte rapporten blijk geven van een zorgvuldig onderzoek. Onder de gedingstukken bevindt zich verder een door appellant ingevulde werkbeschrijving, waarmee voldoende inzicht wordt geboden in de aan het werk verbonden belastende aspecten. De door appellant in hoger beroep overgelegde rapportage over de beroepsrisico’s van een betonstaalvlechter/ijzervlechter bevat geen gegevens die erop wijzen dat de (bezwaar)verzekeringsarts geen juist beeld van dit werk heeft gehad.

6. Uit hetgeen is overwogen onder 5 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) N.S.A. El Hana.

JL