Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP9622

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
30-03-2011
Zaaknummer
10-4378 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsartsen niet zorgvuldig is geweest of dat de medische beperkingen van appellante niet juist zijn vastgesteld. Ten aanzien van de arbeidskundige kant van de arbeidsongeschiktheidsschatting is terecht geoordeeld dat de belasting in de daaraan ten grondslag liggende functies in overeenstemming is met de voor appellante vastgestelde beperkingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4378 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] Moukaich, wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 2 juli 2010, 08/2970 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2011. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A. Put.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitvoerig overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak daaromtrent, gelet op de gedingstukken met juistheid, heeft weergegeven. De Raad volstaat hier met vermelding van het volgende.

1.2. Bij besluit op bezwaar van 11 september 2008 (het bestreden besluit) heeft het Uwv zijn besluit van 11 april 2008 gehandhaafd. Daarbij is de aan appellante verleende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 9 juni 2008 ingetrokken.

2. De rechtbank heeft, beslissende op het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep, bij de aangevallen uitspraak geoordeeld dat er onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsartsen niet zorgvuldig is geweest of dat de medische beperkingen van appellante niet juist zijn vastgesteld. Ten aanzien van de arbeidskundige kant van de arbeidsongeschiktheidsschatting heeft de rechtbank geoordeeld dat de belasting in de daaraan ten grondslag liggende functies in overeenstemming is met de voor appellante vastgestelde beperkingen. De bezwaararbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van

10 september 2008 toereikend gemotiveerd waarom de belasting in die functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt. De rechtbank heeft zich geschaard achter de conclusie van het arbeidskundig onderzoek dat appellante met de aan deze functies verbonden werkzaamheden een zodanig inkomen kan verwerven dat een verlies aan verdiencapaciteit resteert van minder dan 15%. Daarop is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1. In hoger beroep heeft appellante, onder verwijzing naar de inhoud van haar beroepschrift bij de rechtbank, aangevoerd dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met haar medische beperkingen, dat zij op medische gronden niet geschikt is om per 9 juni 2008 de voor haar geschikt geachte functies te vervullen en dat de arbeidskundige grondslag van het besluit ontoereikend is.

3.2. Het Uwv heeft bij verweerschrift gesteld dat appellante in hoger beroep geen nieuwe feiten en omstandigheden aanvoert. De stelling dat de medische beperkingen onjuist zijn vastgesteld wordt niet onderbouwd door (nieuwe) medische gegevens, zodat er geen aanleiding is om het ingenomen standpunt te wijzigen.

4. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Het hoger beroepschrift behelst in essentie een herhaling van hetgeen bij de rechtbank is aangevoerd en wordt niet ondersteund door gegevens van medische en/of andere aard. Aan de eigen mening van appellante dat haar medische beperkingen ernstiger zijn dan de betrokken (bezwaar)verzekeringsartsen hebben vastgesteld kan de Raad, bij gebreke van daarop wijzende medische gegevens, niet dat gewicht toekennen dat appellante daaraan gehecht wil zien.

5. Het hiervoor overwogene in aanmerking nemend komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

6. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. Voor vergoeding van schade als door appellante verzocht is ingevolge artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het onderhavige geval dan ook geen plaats, zodat de Raad dit verzoek afwijst.

7. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2011.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) N.S.A. El Hana.

NW