Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP8463

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-03-2011
Datum publicatie
21-03-2011
Zaaknummer
09-6953 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6953 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 november 2009, 08/6884 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.J. van Woerden, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Woerden. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 13 februari 2008 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant, welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 14 april 2008 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van appellants arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was.

1.2. Bij besluit van 8 september 2008 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, zijn besluit van 13 februari 2008 gehandhaafd.

2.1. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, het beroep tegen het besluit van 8 september 2008 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van het besluit van 8 september 2008 heeft plaatsgevonden omdat het Uwv heeft gehandeld in strijd met artikel 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.2. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak opgesomde gronden voorts geoordeeld dat appellant niet kan worden gevolgd in zijn stelling dat de beperkingen die psychiater J. Groenendijk in zijn – op verzoek van de bezwaarverzekeringsarts uitgebrachte – rapportage van 13 augustus 2008 heeft aangegeven niet zijn terug te vinden in de door de bezwaarverzekeringsarts aangescherpte Functionele Mogelijkheden Lijst van 18 augustus 2008.

2.3. In de door appellant in beroep ingebrachte rapportage van de psychiater R.W. Jesserun van 4 december 2008, waarin wordt gesproken over paniekaanvallen, automutulatie en psychotische kenmerken bij een depressieve stemming, heeft de rechtbank geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan de bevindingen en conclusies van de bezwaarverzekeringsarts en psychiater Groenendijk. De rechtbank heeft in dat kader van belang geacht dat Groenendijk in een reactie op de informatie van Jesserun van 13 maart 2009 heeft aangegeven zich niet te kunnen vinden in de constatering dat er sprake is van een man met psychotische kenmerken. Zij heeft gemotiveerd aangegeven dat sprake is van een aanpassingstoornis en een gedragsmatige reactie op stresserende omstandigheden bij een man met ontwijkende persoonlijkheidskenmerken.

2.4. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voor appellant geschikt zijn.

2.5. In hetgeen is weergegeven in 2.3 en 2.4 heeft de rechtbank aanleiding gezien te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

3. In hoger beroep heeft appellant – samengevat weergegeven – herhaald dat zijn psychische belastbaarheid in onvoldoende mate is erkend en vertaald in arbeidsbeperkingen. Nieuwe gezichtspunten zijn door appellant niet naar voren gebracht.

4.1. De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. Hij onderschrijft de aan de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde – en onder 2.2 en 2.3 weergegeven – overwegingen en maakt deze tot de zijne.

4.2. Het hoger beroep slaagt derhalve niet. De aangevallen uitspraak dient, voor zover aangevochten, te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2011.

(get.) J. Brand.

(get.) D.E.P.M. Bary.

JL