Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7913

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
17-03-2011
Zaaknummer
09-886 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan het beroep is geheel tegemoetgekomen. Afwijzing verzoek om schadevergoeding. Beroep gegrond. Vernietiging besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/886 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 22 december 2008, 07/7764 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. A.A.M. Broos, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.W.G. Determan.

Het onderzoek is heropend. De enkelvoudige kamer van de Raad heeft besloten de zaak te verwijzen naar een meervoudige kamer van de Raad.

Op verzoek van de Raad hebben psychiater dr. A.J.W.M. Trompenaars en klinisch (neuro)psycholoog dr. drs. L.E.E. Ligthart als deskundigen op 26 maart 2010 een rapport uitgebracht, waarop het Uwv, onder overlegging van een reactie van een bezwaarverzekeringsarts, en een rapport van psychiater mr. drs. J. Groenendijk, commentaar heeft geleverd. Op deze stukken heeft dr. Trompenaars op verzoek van de Raad gereageerd.

Met toestemming van partijen is een behandeling van het geding ter zitting achterwege te laten.

Na een tussenuitspraak van de Raad van 8 december 2010 (LJN BO7260) heeft het Uwv op 20 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Desgevraagd heeft mr. Broos namens appellant bij brief van 12 januari 2011 meegedeeld geen nadere opmerkingen te hebben.

De meervoudige kamer van de Raad heeft besloten de zaak te verwijzen naar een enkelvoudige kamer van de Raad.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad verwijst naar zijn tussenuitspraak van 8 december 2010 voor een uiteenzetting van de feiten waarvan hij uitgaat bij zijn oordeelsvorming. Hieraan voegt de Raad het volgende toe.

2.1. De Raad stelt vast dat het Uwv met de beslissing van 20 december 2010 materieel bezien geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Immers, appellant is daarbij door het Uwv per de datum in geding, te weten 9 januari 2006, volledig arbeidsongeschikt geacht en zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is per die datum herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het in de beslissing op bezwaar van 30 juni 2008 (hierna: het bestreden besluit) neergelegde standpunt wordt niet langer gehandhaafd en hiermee heeft het Uwv de onrechtmatigheid van dit besluit erkend. In een dergelijk geval is het belang bij een beoordeling in hoger beroep in beginsel komen te vervallen, tenzij van een dergelijk belang blijkt, bijvoorbeeld omdat verzocht is om het toekennen van een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Nu door appellant een zodanig verzoek is gedaan heeft hij in dit geval belang behouden bij een vernietiging van de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, zodat de Raad daartoe zal overgaan.

2.2. Nu met de beslissing van 20 december 2010 aan het beroep geheel is tegemoetgekomen, wordt het beroep ingevolge artikel 6:19, eerste lid, en artikel 6:24 van de Awb niet mede gericht geacht tegen dat besluit. Het besluit van 20 december 2010 wordt mitsdien niet in het hoger beroep meegenomen.

2.3. Met betrekking tot het door appellant gedane verzoek om schadevergoeding overweegt de Raad dat dit niet voor toewijzing in aanmerking komt, omdat niet is gebleken van schade. Het verzoek is voorts niet onderbouwd.

3. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag groot € 644,-, te betalen door het Uwv;

Bepaalt dat het Uwv aan appellant het betaalde griffierecht van € 107,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) M.A. van Amerongen.

KR