Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7648

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
09-6644 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. In de brief is niet duidelijk een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit opgenomen, kennelijk ook niet werd beoogd een zodanig besluit te nemen en de brief van het bevoegd gezag niet afkomstig is van een op dit punt bevoegd orgaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2011/157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6644 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 29 oktober 2009, 08/2844 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Korpsbeheerder van de politieregio Friesland (hierna: korpsbeheerder)

Datum uitspraak: 10 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De korpsbeheerder heeft voor zijn verweer verwezen naar de gedingstukken.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. drs. M. Welter, werkzaam bij de Nederlandse Politie Bond. De korpsbeheerder heeft zich, zoals tevoren bericht, niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante was werkzaam als [naam functie] bij het team [naam team] van de politieregio Friesland.

1.2. Bij brief van 9 april 2008 heeft V, chef van het team [naam team], appellante een samenvatting van een op 11 maart 2008 met haar gehouden gesprek gegeven. Daarbij is vermeld dat de teamchef appellante na alles wat er is gebeurd niet ziet terugkomen in het team [naam team]. Voorts is appellante in deze brief verzocht een arbeidsdeskundigen-onderzoek te ondergaan om te kunnen komen tot een uitspraak over voor haar passend werk.

1.3. Tegen deze brief is op 19 mei 2008 namens appellante bezwaar gemaakt, voor zover zij daarbij uit haar functie van [naam functie] is ontheven en als herplaatsings-kandidaat is aangemerkt. Daarbij is opgemerkt dat dit bezwaar is ingediend om te voorkomen dat genoemde brief appellante in de toekomst in een formele procedure wordt tegengeworpen als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

1.4. Bij brief van 25 augustus 2008 heeft de korpsbeheerder appellante bericht dat in de brief van 9 april 2008 geen besluit als bedoeld in de Awb is vervat. Die brief is niet afkomstig van het bevoegd gezag en voorts zijn partijen nog in overleg over door appellante te verrichten werkzaamheden. Indien een besluit tot overplaatsing zou worden genomen, zal appellante daarvan op de hoogte worden gesteld.

Appellante heeft in dit bericht geen aanleiding gezien haar bezwaar tegen de brief van 9 april 2008 in te trekken.

1.5. Vervolgens heeft de korpsbeheerder bij het bestreden besluit van 6 november 2008 het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het volgende.

3.1. In de brief van 9 april 2008 is een verslag neergelegd van een met appellante gehouden gesprek. Voorts is daarin aangegeven dat een onderzoek werd voorzien naar de werkzaamheden die appellante in staat is te verrichten. Nu in die brief niet duidelijk een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit is opgenomen, kennelijk ook niet werd beoogd een zodanig besluit te nemen en die brief gezien de in overweging 1.4 genoemde brief van het bevoegd gezag niet afkomstig is van een op dit punt bevoegd orgaan, stemt de Raad in met het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar van appellante tegen deze brief terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Ter zitting is overigens desgevraagd medegedeeld dat (ook) inmiddels niet een besluit tot overplaatsing van appellante is genomen. Van de juistheid daarvan uitgaande, moet worden vastgesteld dat appellante (nog steeds) geplaatst is in de functie van medewerker infodesk.

3.2. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2011.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) B. Bekkers.

HD