Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7592

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
15-03-2011
Zaaknummer
09-6525 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Buitengewoon verlof verleend. Dit impliceert dat al het vakantieverlof van appellante aan het einde van de aanstelling geacht wordt te zijn opgenomen. Het bestreden besluit inzake het vakantieverlof is terecht gebaseerd op artikel 15, eerste lid, van het Barp en dit voorschrift is juist toegepast. Volgens dit voorschrift kan aan de ambtenaar ook niet op aanvraag vakantie met behoud van bezoldiging worden verleend. Geen recht op schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6525 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 28 oktober 2009, 08/1345 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de College van Bestuur van de Politieacademie (hierna: college van bestuur)

Datum uitspraak: 10 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2011. Appellante is niet verschenen. Het college van bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B. van den Bergh, werkzaam bij de Politieacademie.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Appellante was van 1 januari 2007 tot 1 januari 2009 aangesteld in tijdelijke dienst bij de Politieacademie. Bij besluit van 3 april 2008 werd haar met ingang van 11 april 2008 ontslag verleend.

1.2. Bij besluit van 2 juli 2008 (hierna: bestreden besluit) is het besluit van 3 april 2008 herroepen en is appellante met ingang van 11 april 2008 tot 1 januari 2009 (later herzien in 1 december 2008) met toepassing van artikel 15, eerste lid, en artikel 39, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) zoveel buitengewoon verlof verleend als nodig is om geen werkzaamheden te behoeven te verrichten; hieraan is toegevoegd dat dit impliceert dat al het vakantieverlof van appellante aan het einde van de aanstelling geacht wordt te zijn opgenomen. Het verzoek van appellante om schadevergoeding is afgewezen.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit, voor zover in hoger beroep van belang gericht tegen de bepaling over het vakantieverlof en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding, ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

3.1. De Raad volgt de rechtbank in haar oordeel dat het bestreden besluit inzake het vakantieverlof terecht is gebaseerd op artikel 15, eerste lid, van het Barp en dat dit voorschrift ook juist is toegepast. Volgens dit voorschrift immers kan - voor zover hier van belang - aan de ambtenaar ook niet op aanvraag vakantie met behoud van bezoldiging worden verleend. Dat is bij het bestreden besluit gedaan. Overigens heeft appellante ook in hoger beroep niet gesteld dat in dit verband haar aanspraak op vakantie in 2008 in materieel opzicht is aangetast.

3.2. De Raad volgt de rechtbank voorts in haar oordeel dat bij het bestreden besluit het verzoek van appellante om schadevergoeding terecht is afgewezen, omdat niet is aangetoond of aannemelijk gemaakt dat appellante ten gevolge van het onrechtmatige ontslagbesluit schade heeft geleden. De Raad stelt vast dat appellante ook in hoger beroep geen gegevens heeft overgelegd die een begin van bewijs van geleden schade inhouden.

3.3. Het hoger beroep van appellante slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak moet, voor zover zij is aangevochten, worden bevestigd.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2011.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) B. Bekkers.

HD