Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7460

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-03-2011
Datum publicatie
14-03-2011
Zaaknummer
10-4760 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4760 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 10 augustus 2010, 09/3261 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L. Boon, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Boon. Voor het Uwv is verschenen L. den Hartog.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 25 oktober 2005 heeft het Uwv geweigerd aan appellante vanaf 29 juni 2002 een Wajong-uitkering toe te kennen omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 25% bedroeg.

2.1. Op 16 december 2008 heeft appellante opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd. Deze aanvraag is door het Uwv opgevat als een verzoek om terug te komen van zijn besluit van 25 oktober 2005. Bij besluit van 6 april 2009 heeft het Uwv met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geweigerd terug te komen van dat besluit.

2.2. Bij besluit van 10 augustus 2009 heeft het Uwv, gelet op de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts zoals vermeld in diens rapport van 7 augustus 2009, appellantes bezwaar tegen het besluit van 6 april 2009 ongegrond verklaard. Met de door appellante ter ondersteuning van haar aanvraag ingebrachte medische informatie is naar de mening van het Uwv geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden op basis waarvan tot herziening van het besluit van 25 oktober 2005 zou moeten worden overgegaan.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank appellantes beroep tegen het besluit op bezwaar van 10 augustus 2009 ongegrond verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat de bij appellante gestelde diagnoses ME/CVS, ADHD en een slaapstoornis, welke diagnoses bij appellante zijn gesteld ter verklaring van haar vermoeidheidsklachten, geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. De vermoeidheidsklachten, op grond waarvan de genoemde diagnoses zijn gesteld, zijn bij de medische beoordeling die ten grondslag ligt aan het besluit van 25 oktober 2005 meegewogen en hebben toen geleid tot het aannemen van beperkingen. Uit het enkele feit dat nu het bestaan van een stoornis is vastgesteld ter verklaring van de vermoeidheidsklachten van appellante volgt niet dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen. Nu niet is gebleken van nieuwe feiten en omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb, heeft het Uwv naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding hoeven zien terug te komen van het eerdere besluit van 25 oktober 2005.

4. In hoger beroep heeft appellante gesteld dat de nieuw gestelde diagnosen ME/CVS en een slaapstoornis, mede in het licht van de Standaard Verminderde Arbeidsduur, aanleiding had behoren te geven om terug te komen van het medisch oordeel ten grondslag liggend aan het besluit van 25 oktober 2005 in zoverre er destijds geen urenbeperking is aangenomen.

5. De Raad overweegt als volgt.

5.1. In hoger beroep ligt ter beantwoording de vraag voor of door de rechtbank terecht en op goede gronden is geoordeeld dat het bij de door appellante - ter onderbouwing van haar herhaalde Wajong-aanvraag - ingebrachte medische gegevens niet gaat om nieuw gebleken feiten en/of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb zodat het Uwv in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

5.2. Hetgeen van de zijde van appellante in hoger beroep is aangevoerd vormt in wezen een herhaling van de in beroep aangevoerde gronden en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad overweegt hiertoe dat het Uwv in de ter verklaring van de vermoeidheidsklachten van appellante nieuw vastgestelde diagnoses zoals deze volgen uit de medische gegevens overgelegd bij de herhaalde aanvraag, geen aanleiding had behoren te zien om zijn besluit van 25 oktober 2005 te herzien omdat die diagnosen niet dwingen tot de conclusie dat de duurbelastbaarheid van appellante, wat betreft het tijdstip in geding, anders moet worden ingeschat dan voorheen.

De Raad tekent bij de overwegingen van de rechtbank nog aan dat de door appellante eerst in beroep ingebrachte medische gegevens niet in de beoordeling (hadden) mogen worden betrokken, aangezien die bij het nemen van het besluit op bezwaar van 10 augustus 2009 niet aan het Uwv ter beschikking hebben gestaan, zodat daarmee bij het nemen van dat besluit geen rekening is kunnen worden gehouden. Aangezien, gelet op die overwegingen, niet aan enige twijfel onderhevig is dat het oordeel van de rechtbank niet anders zou zijn geweest, indien zij die door appellante eerst in beroep ingebrachte medische gegevens geheel buiten beschouwing zou hebben gelaten, ziet de Raad in die onvolkomenheid geen aanleiding om over te gaan tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

6. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep niet. Bijgevolg dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2011.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) M.A. van Amerongen.

IvR