Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7452

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-03-2011
Datum publicatie
14-03-2011
Zaaknummer
10-2994 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op kinderbijslag. Met de Svb wijst de Raad appellant erop dat het op de eerste plaats op de weg van de aanvrager van kinderbijslag ligt om inzicht te geven over de relevante feiten door het overleggen van een door de school ingevulde verklaring. Ondanks herhaalde verzoeken van de Svb heeft appellant nagelaten een dergelijke, volledig ingevulde en ondertekende schoolverklaring over te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2994 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 mei 2010, 09/2215 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 11 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D. van der Wal, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2011. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van de Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Aan de aangevallen uitspraak ontleent de Raad de volgende feiten en omstandigheden.

1.2. Appellants dochter [B.] heeft het schooljaar 2007-2008 volledig afgemaakt. Van de Informatie Beheergroep (IBG) heeft de Svb de melding ontvangen dat [B.] na dit schooljaar geen opleiding meer heeft gevolgd, dan wel onvoldoende uren aan onderwijs heeft besteed.

1.3. Naar aanleiding van deze melding van de IBG heeft de Svb formulieren naar appellant gestuurd om te kunnen bepalen of [B.] werkloos was en appellant op grond daarvan kinderbijslag voor haar zou kunnen ontvangen. Appellant heeft deze formulieren niet geretourneerd, waarop de Svb bij besluit van 26 januari 2009 aan appellant meegedeeld heeft dat hij vanaf het vierde kwartaal 2008 geen recht heeft op kinderbijslag voor [B.], geboren op 28 juni 1992.

1.4. Bij besluit van 24 april 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft de Svb het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

1.5. In het bestreden besluit heeft de Svb zich op het standpunt gesteld dat [B.] op de peildata 1 oktober 2008 en 1 januari 2009 niet als schoolgaand in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) is aan te merken. Voorts is [B.] op beide peildata niet aan te merken als een werkloos kind in de zin van de AKW. Ze heeft zich pas op 13 maart 2009 ingeschreven bij het Uwv WERKbedrijf.

2.1. In beroep heeft appellant aangevoerd dat [B.] tot eind januari 2009 onderwijs heeft gevolgd in een zogenaamde carrouselklas van het Regionaal Opleidings Centrum Korte Ouderkerkerdijk (ROC Korte Ouderkerkerdijk). Appellant kon geen schoolverklaring overleggen, maar wel een uitnodiging voor een eindgesprek. Volgens appellant mag worden aangenomen dat [B.] niet voor een eindgesprek van de carrouselklas wordt uitgenodigd als zij geen onderwijs zou hebben gevolgd.

2.2. De rechtbank heeft vastgesteld dat het geschil zich toespitst op de vraag of [B.] op de peildata 1 oktober 2008 en 1 januari 2009 schoolgaand is geweest. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat, nog afgezien van de vraag of de activiteiten in het kader van de carrouselklas wel als onderwijs in de zin van de AKW kunnen worden aangemerkt, zij met de Svb van oordeel is dat [B.] in de periode in geding niet schoolgaand is geweest. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar het onderzoek verricht door de Svb bij het ROC Korte Ouderkerkerdijk, wat als informatie opleverde dat [B.] slechts drie keer aanwezig is geweest, op 9 januari 2009 uit de carrouselklas is geplaatst en niet op het eindgesprek is verschenen. Hieruit volgt, zo oordeelde de rechtbank, dat niet is voldaan aan het vereiste van ten minste 213 klokuren per kwartaal. Voorts blijkt uit de gedingstukken dat [B.] in het schooljaar minder dan 1600 volle uren aan onderwijs heeft besteed.

3. Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen en heeft zijn beroepsgronden herhaald. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat het resultaat van het contact tussen de Svb en het ROC in ieder geval onvoldoende is om aan te nemen dat [B.] niet schoolgaand is geweest. Het besluit ontbreekt naar zijn mening een deugdelijke en draagkrachtige motivering.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De Raad kan zich volledig vinden in het door de Svb in verweer gestelde. De Svb heeft zich bij de beoordeling of [B.] schoolgaand was gebaseerd op rechtens relevante feiten verkregen uit eigen onderzoek. Deze feiten zijn bevestigd door de leerlingbegeleider van het ROC en zijn nog verder onderbouwd door de door hem overgelegde presentielijst.

4.3. Met de Svb wijst de Raad appellant erop dat het op de eerste plaats op de weg van de aanvrager van kinderbijslag ligt om inzicht te geven over de relevante feiten. In het geval als deze door het overleggen van een door de school ingevulde verklaring. Ondanks herhaalde verzoeken van de Svb heeft appellant nagelaten een dergelijke, volledig ingevulde en ondertekende schoolverklaring over te leggen.

4.4. Het hoger beroep slaagt niet.

4.5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2011.

(get.) H.J. Simon.

(get.) D.E.P.M. Bary.

JL