Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7419

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-03-2011
Datum publicatie
14-03-2011
Zaaknummer
10-2852 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering: minder dan 15% arbeidsongeschikt. Zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Het is zeer waarschijnlijk dat de onderzoeksprestaties niet als een valide beschrijving van het cognitieve functioneren kunnen worden beschouwd. De rechtbank heeft de gronden op juiste wijze besproken en gemotiveerd waarom die gronden niet slagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2852 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 april 2010, 09/3006 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P. Hanenberg, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2011. Voor appellant was niemand verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. R.A. Kneefel.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 21 november 2008 heeft het Uwv geweigerd appellant per 28 april 2006 en per 28 maart 2008 een WAO-uitkering toe te kennen omdat per die data er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid, respectievelijk er sprake is van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.

1.2. Bij besluit van 20 juli 2009 heeft het Uwv het bezwaar gericht tegen het besluit van 21 november 2008 ongegrond verklaard. Het primaire besluit is gewijzigd in die zin dat per 28 maart 2008 niet een WAO-uitkering maar een WIA-uitkering wordt geweigerd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 20 juli 2009 ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is verricht en dat de beperkingen juist zijn vastgesteld. In een Ziektewetprocedure is neuropsycholoog P.J.J. van der Werff geraadpleegd. Van der Werff heeft op 28 januari 2008 een rapport uitgebracht. Dit rapport is door de verzekeringsarts ook gebruikt bij de WAO-beoordeling. Van der Werff heeft gerapporteerd dat appellant tijdens het onderzoek zo slecht heeft gepresteerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de onderzoeksprestaties niet als een valide beschrijving van het cognitieve functioneren kunnen worden beschouwd. Zelfs een dement bejaard persoon of iemand met een groot CVA zou nog beter scoren. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien een deskundige in te schakelen. Appellant heeft zelf geen medische informatie overgelegd die een ander licht op de zaak werpt. De rechtbank heeft voorts overwogen dat uitgaande van de juistheid van de vastgestelde beperkingen de aan de schatting ten grondslag liggende functies passend zijn.

3. De Raad oordeelt als volgt.

4. Appellant is in hoger beroep onveranderd van mening dat zijn beperkingen niet juist zijn vastgesteld en dat hij de aan de schatting ten grondslag gelegde functies niet kan vervullen. Hij heeft hiervoor gronden aangevoerd die ook al in beroep zijn aangevoerd en door de rechtbank zijn besproken. In hoger beroep zijn die gronden herhaald waarbij appellant niet heeft aangegeven waarom naar zijn opvatting het oordeel van de rechtbank onjuist is. Evenmin zijn er nieuwe medische gegevens in geding gebracht.

De Raad is van oordeel dat de rechtbank die gronden op juiste wijze heeft besproken en op juiste wijze heeft gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank.

5. Uit hetgeen onder 4 is overwogen volgt dat het hoger beroep faalt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2011.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) R.L. Venneman.

JL