Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7216

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
09-3112 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep. Het Uwv is met het besluit geheel aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen. Wettelijke rente. Met betrekking tot de rapporten van het Instituut Psychofia wordt verwezen naar de uitspraak van 13 april 2005, LJN AT4323.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3112 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:73a en artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2009, 08/3809 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en nadien op 16 juni 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2011. Ter zitting heeft mr. De Jonge het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten alsmede verzocht om vergoeding van de wettelijke rente en de kosten van deskundigen.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het Uwv met het besluit van 16 juni 2010 geheel aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen.

De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495.

Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten voor rechtsbijstand in bezwaar staan de Raad nog ter beoordeling de kosten die appellante in beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Met betrekking tot de gevorderde kosten voor het inschakelen van (medisch) deskundigen overweegt de Raad dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De Raad verwijst naar zijn uitspraak van 13 april 2005, LJN AT4323 waarin is aangegeven dat en waarom in geschillen betreffende arbeidsongeschiktheid de rapporten van Instituut Psychosofia niet kunnen worden aangemerkt als rapporten van een medische deskundige, zodat de kosten van deze rapporten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.288,--.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) M. Mostert.

KR