Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7012

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-03-2011
Datum publicatie
08-03-2011
Zaaknummer
10-2991 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Svb heeft het bezwaar van appellante met recht niet-ontvankelijk verklaard. De enkele stelling van appellante dat zij ziek was, levert geen verschoonbare reden op voor de niet tijdige indiening van het bezwaarschrift..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2991 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2009, 09/2191 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 4 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2011. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 15 december 2008 heeft het Uwv aan appellante medegedeeld dat met ingang van december 2008 in opdracht van Invoned belastingdeurwaarderskantoor iedere maand € 47,82 ingehouden wordt op het pensioen van appellante op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

2.1. Bij ongedateerde brief heeft appellante bezwaar aangetekend tegen dit besluit. Daarbij heeft appellante aangegeven dat zij wegens ziekte niet eerder contact heeft kunnen opnemen. Bij brief van 5 maart 2009 heeft de Svb aan appellante bericht dat het bezwaar is ontvangen op 20 februari 2009. Verzocht wordt om nadere informatie over de periode waarin appellante ziek is geweest en of zij eventueel in het ziekenhuis heeft gelegen.

2.2. Bij besluit van 9 april 2009, hierna: bestreden besluit, is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij is opgemerkt dat appellante niet heeft gereageerd op de brief 5 maart 2009.

3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe als volgt overwogen (waarbij voor eiseres moet worden gelezen appellante en voor verweerder de Svb):

“De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Gesteld noch gebleken is dat het primaire besluit niet op 15 december 2008 is verzonden. De rechtbank zal er daarom van uitgaan dat het besluit op die datum door toezending op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 6:8, eerste lid, van de Awb is bepaald dat deze termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. In artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De bezwaartermijn liep in het onderhavige geval van 16 december 2008 tot en met 26 januari 2009. Bij ongedateerde brief, door verweerder ontvangen op 20 februari 2009, is door eiseres een bezwaarschrift ingediend. Gelet op de artikelen 6:7, 6:8 en 6:9 van de Awb is dit bezwaarschrift te laat ingediend.

Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Eiseres heeft aangevoerd dat het wegens ziekte onmogelijk was tijdig te reageren op het besluit van verweerder. Eiseres heeft echter nagelaten deze stelling met stukken te onderbouwen. Naar het oordeel van de rechtbank levert de enkele stelling van eiseres dat zij ziek was, evenwel geen verschoonbare reden op voor de niet tijdige indiening. Evenmin is gebleken dat eisers niet in staat is geweest zich tijdig tot een derde te wenden om namens haar een bezwaarschrift in te dienen. In dit kader merkt de rechtbank nog op dat eiseres in de bezwaarfase door verweerder in de gelegenheid is gesteld haar stelling terzake toe te lichten en te onderbouwen. Van deze gelegenheid heeft eisers geen gebruik gemaakt.”.

4.1. In hoger beroep heeft appellante wederom gesteld dat zij wegens ziekte buiten staat was het bezwaarschrift tijdig in te zenden.

4.2. Het gaat in het onderhavige geding om de beantwoording van de vraag of de Svb het bezwaar van appellante met recht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dienaangaande overweegt de Raad als volgt.

4.3. De Raad kan zich geheel vinden in de uitspraak van de rechtbank en de daaraan ten gronde gelegde overwegingen. Hetgeen door appellante in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen dan het in de uitspraak van de rechtbank neergelegde oordeel.

4.4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2011.

(get.) H.J. Simon.

(get.) D.E.P.M. Bary.

NW