Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7011

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-03-2011
Datum publicatie
08-03-2011
Zaaknummer
10-490 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAJONG-uitkering. Het Uwv is op grond van de ‘Beleidsregels buiten aanmerking laten arbeidsongeschiktheid’ van 1 juni 2004 (Stcrt. 2004, 115) gehouden de arbeidsongeschiktheid van appellante blijvend buiten aanmerking te laten en in het voorliggende geval is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan het Uwv van zijn beleidsregels had moeten afwijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/490 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2009, 09/2130 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S. Ben Ahmed, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2011. Appellante was daar vertegenwoordigd door haar [echtgenoot] en mr. Ben Ahmed, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante, [in] 1981 geboren te Marokko en sinds 2001 rechtmatig verblijvend in Nederland, heeft op 28 december 2008 een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) bij het Uwv aangevraagd. Op deze aanvraag is bij besluit van 4 maart 2009 afwijzend beslist. Het bezwaar daartegen is bij besluit van 18 mei 2009 (hierna: besluit op bezwaar) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit op bezwaar vanwege een formeel gebrek gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De rechtbank heeft daarbij bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar in stand blijven. Daartoe is overwogen dat het Uwv op grond van de ‘Beleidsregels buiten aanmerking laten arbeidsongeschiktheid’ van 1 juni 2004 (Stcrt. 2004, 115) gehouden is de arbeidsongeschiktheid van appellante blijvend buiten aanmerking te laten en dat in het voorliggende geval niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan het Uwv van zijn beleidsregels had moeten afwijken.

3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat bij de aangevallen uitspraak ten onrechte is bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar in stand blijven. Daartoe is aangevoerd dat er bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan het Uwv af had moeten wijken van zijn beleidsregels en dat het Uwv ter zake geen toereikend onderzoek heeft verricht. Verder is ter zitting van de Raad door de echtgenoot van appellante nog een aantal stukken overgelegd.

4. De Raad onderschrijft de bij de aangevallen uitspraak door de rechtbank ter zake van het besluit op bezwaar gegeven inhoudelijke oordelen en maakt deze tot de zijne. Ook in hoger beroep is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan het Uwv af had moeten wijken van de ‘Beleidsregels buiten aanmerking laten arbeidsongeschiktheid’ van 1 juni 2004. Evenmin zijn er aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv ter zake nader onderzoek had moeten verrichten.

Aan het voorgaande doet niet af dat het Uwv appellante in 2010 alsnog een uitkering ingevolge de Wajong heeft toegekend. Deze toekenning heeft namelijk geen terugwerkende kracht en is gebaseerd op gewijzigde regelgeving. Ook de zijdens appellante ter zitting overgelegde (medische) stukken leiden niet tot een ander oordeel aangezien de aanvraag is afgewezen omdat appellante pas vanaf 2001 rechtmatig in Nederland verbleef en niet op medische gronden.

5. Gelet op het vorenstaande ziet de Raad geen grond om de aangevallen uitspraak te vernietigen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover aangevochten.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) N.S.A. El Hana.

IvR