Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP6949

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-03-2011
Datum publicatie
08-03-2011
Zaaknummer
10-4083 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Medisch onderzoek voldoende zorgvuldig. Het hebben van klachten is niet hetzelfde als het hebben van objectieve beperkingen. Afdoende toegelicht dat de belasting in de voorgehouden functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4083 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 juli 2010, 08/3667 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. K.J. Korteweg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Korteweg. Het Uwv was vertegenwoordigd door

mr. M. Sluis.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit op bezwaar van 3 november 2008 heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 20 juni 2008, waarbij de WAO-uitkering van appellante, welke was berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, per 20 augustus 2008 is beƫindigd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 3 november 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de rapportages van de verzekeringsartsen niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen noch aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de verzekeringsartsen. De rechtbank acht verder voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellante.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening gehouden hebben met haar nek-, schouder- en knieklachten en klachten ten gevolge van dysthymie bij het opstellen van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Hierdoor zijn de geselecteerde functies niet geschikt. Bovendien is bij het selecteren van de functies geen rekening gehouden met de samenhang van deze beperkingen.

4.1. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met de in eerste aanleg aangevoerde gronden, geen wezenlijke nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Evenals de rechtbank ziet de Raad geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid van het standpunt van de (bezwaar)verzekeringsarts omtrent de arbeidsbeperkingen van appellante. De bezwaarverzekeringsarts heeft rekening gehouden met de informatie van de huisarts, internist, Mentrum, reumatoloog en neuroloog en heeft toegelicht dat deze correspondeert met de door de verzekeringsarts opgestelde FML. Hij heeft ook aangegeven dat de beperking bij directe conflicthantering verband houdt met het vermijden van stresserende werkomstandigheden. De Raad acht deze toelichting niet onjuist. De Raad wijst er voorts op dat het hebben van klachten niet hetzelfde is als het hebben van objectieve beperkingen. De (bezwaar)arbeidsdeskundige heeft afdoende toegelicht dat de belasting in de voorgehouden functies van medewerker tuinbouw (SBC 111010), produktiemedewerker voedingsmiddelen industrie (SBC 111172) en inpakker (111190) de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt. De Raad stelt zich dan ook volledig achter de overwegingen van de rechtbank terzake en maakt deze tot de zijne.

4.2. Het hoger beroep slaagt dus niet.

4.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.A. van Amerongen.

JL