Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP6443

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-03-2011
Datum publicatie
03-03-2011
Zaaknummer
10-3068 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning WGA-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3068 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 april 2010, 09/3431 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 2 maart 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Wolter hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Naar aanleiding van een vraagstelling van de Raad heeft het Uwv bij brief van 26 november 2010 een rapport van 22 november 2010 van bezwaararbeidsdeskundige W. Pompe en bezwaarverzekeringsarts P. van Zalinge ingestuurd.

Bij brief van 13 januari 2011 is namens appellant een brief van 24 september 2010 van psychiater D. Balraadjsing ingestuurd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2011. Namens appellant is zijn gemachtigde verschenen. Namens het Uwv is verschenen mr. H.B. Hey.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was laatstelijk werkzaam als magazijnmedewerker. Voor deze werkzaamheden is hij op 5 maart 2007 uitgevallen wegens rugklachten en psychische klachten.

1.2. Bij besluit van 6 februari 2009 heeft het Uwv op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 17 februari 2009 aan appellant een zogenoemde loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, uitgaande van een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%.

2. Bij besluit van 7 juli 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 februari 2009 ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat ter zitting is vastgesteld dat appellant geen bezwaren heeft tegen de in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 januari 2009 weergegeven beperkingen. Appellant acht zich op arbeidskundige gronden volledig arbeidsongeschikt aangezien zijn belastbaarheid wat betreft persoonlijk en sociaal functioneren in de functies elektronica monteur (sbc-code 267040) en productiemedewerker industrie (sbc-code 111180) wordt overschreden. De rechtbank kan appellant niet volgen in zijn standpunt en heeft daartoe overwogen dat in het arbeidskundige rapport van 23 maart 2010 afdoende is gemotiveerd dat in beide functies geen bijzondere eisen worden gesteld aan het samenwerken. Dit blijkt eveneens uit het feit dat in de functiebelasting van beide functies geen bijzondere belasting is opgenomen wat betreft samenwerken. Met betrekking tot de grond van appellant dat hij de in de functie productiemedewerker industrie vereiste concentratie niet bezit, heeft de rechtbank overwogen dat uit de FML van 9 januari 2009 blijkt dat appellant niet beperkt wordt geacht wat betreft concentreren, zodat er ook op dit punt geen sprake is van overschrijding van de belastbaarheid van appellant. Dit geldt eveneens voor de grond van appellant wat betreft de urenomvang van beide functies. Het Uwv heeft dan ook de geduide functies aan de schatting ten grondslag mogen leggen.

4. In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellant de in beroep naar voren gebrachte gronden herhaald. Deze komen erop neer dat appellant zich op arbeidskundige gronden volledig arbeidsongeschiktheid acht aangezien twee van de drie aan de schatting ten grondslag gelegde functies voor hem niet geschikt zijn.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. Met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit is de Raad van oordeel dat het Uwv een zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht. Tevens blijkt uit de in het dossier aanwezige medische gegevens niet dat het Uwv de belastbaarheid van appellant heeft overschat, ook niet wat betreft het door appellant aangevoerde aspect concentreren van de aandacht. Ten aanzien van de in hoger beroep overgelegde brief van 24 september 2010 van psychiater Balraadjsing overweegt de Raad dat deze brief dateert van ruim anderhalf jaar na de datum in geding en daarin bovendien geen melding is gemaakt van concentratieproblemen bij appellant. De Raad onderschrijft dan ook de medische grondslag van het bestreden besluit.

5.3. Tevens is de Raad, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, met de rechtbank en op grond van dezelfde overwegingen van oordeel dat het bestreden besluit op een voldoende arbeidskundige grondslag berust. In de arbeidskundige rapportage van 23 maart 2010, aangevuld met de rapportage van 22 november 2010, heeft het Uwv voldoende gemotiveerd dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies, ook wat betreft het samenwerken en omgaan met conflicten, in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.

5.4. Uit de overwegingen 5.2 en 5.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van T. Dolderman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2011.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) T. Dolderman.

JL