Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP6131

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-02-2011
Datum publicatie
01-03-2011
Zaaknummer
10-1151 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Recht op enkelvoudige kinderbijslag met ingang van het vierde kwartaal van 2008 ten behoeve van dochter. Nu de dochter op de peildatum van het vierde kwartaal van 2008 niet uitwonend was, heeft de Svb zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant over het vierde kwartaal van 2008 geen recht heeft op tweevoudige kinderbijslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/1151 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2009, 09/2733 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 25 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en vervolgens nog een aantal stukken ingezonden.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2011. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. Appellant ontving enkelvoudige kinderbijslag ten behoeve van zijn dochter [N.], geboren [in] 1992. In december 2008 heeft de Svb aan appellant een schoolverklaring en een onderhoudsverklaring toegezonden, teneinde na ontvangst van de ingevulde verklaringen het recht op kinderbijslag te kunnen vaststellen.

1.3. Bij besluit van 10 maart 2009 heeft de Svb aan appellant meegedeeld dat met ingang van het vierde kwartaal van 2008 recht op enkelvoudige kinderbijslag bestaat ten behoeve van [N.].

1.4. In bezwaar tegen het besluit van 10 maart 2009 heeft appellant aangegeven van mening te zijn dat hij recht heeft op tweevoudige kinderbijslag voor [N.] omdat zij uitwonend is en elders onderwijs volgt.

1.5. Bij besluit van 25 mei 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 10 maart 2009 ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de Svb overwogen dat appellant op de onderhoudsverklaring heeft aangegeven dat [N.] vanaf 21 november 2008 niet meer thuis woont. Dit betekent dat zij op de peildatum van het vierde kwartaal van 2008, namelijk 1 oktober 2008, nog thuis woonachtig is geweest. Appellant heeft hierdoor met ingang van het vierde kwartaal van 2008 geen recht op tweevoudige kinderbijslag ten behoeve van zijn dochter [N.].

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat appellant op de onderhoudsverklaring kinderbijslag van 6 januari 2009 heeft verklaard dat zijn dochter [N.] sinds 21 november 2008 uitwonend is. Nu [N.] op de peildatum van het vierde kwartaal van 2008 niet uitwonend was, heeft de Svb zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat appellant over het vierde kwartaal van 2008 geen recht heeft op tweevoudige kinderbijslag.

3. In hoger beroep heeft appellant wederom betoogd dat hij recht heeft op tweevoudige kinderbijslag voor zijn dochter [N.] met ingang van het vierde kwartaal van 2008.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Appellant heeft in hoger beroep geen nadere stukken overgelegd waaruit blijkt dat [N.] op 1 oktober 2008 uitwonend was in verband met het volgen van onderwijs. De Raad kan zich dan ook geheel vinden in hetgeen de rechtbank terzake heeft overwogen en maakt deze overwegingen tot de zijne. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2011.

(get.) J.P.M. Zeijen.

(get.) D.E.P.M. Bary.

JL