Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP6124

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-02-2011
Datum publicatie
01-03-2011
Zaaknummer
10-3050 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij de aangevallen uitspraak is het beroep niet-ontvankelijk verklaard onder de overweging dat appellant het beroepschrift niet tijdig heeft ingediend en de overschrijding van de termijn voor zijn rekening moet komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3050 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (Turkije) (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2010, 08/3392 AOW (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 25 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2011. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 19 januari 2007 is vastgesteld dat appellant met ingang van januari 2006 recht heeft op een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet voor een alleenstaande.

1.2. Bij besluit van 5 juni 2007 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 19 januari 2007 ongegrond verklaard.

2.1. Bij ongedateerde brief, door de rechtbank Breda ontvangen op 25 februari 2008, heeft appellant beroep ingesteld.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat appellant het beroepschrift niet tijdig heeft ingediend en de overschrijding van de termijn voor zijn rekening moet komen.

3. Appellant stelt dat zijn ouderdomspensioen ten onrechte is gekort over de periode waarin hij met zijn tweede echtgenote was gehuwd. Appellant meent dat hij recht heeft op een volledige pensioen tot 11 april 2007, de dag waarop hij wettig van zijn tweede echtgenote is gescheiden.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Appellant heeft in het beroepschrift aangegeven dat het bestreden besluit op 29 juni (2007) is ontvangen. Nu niet duidelijk is of het bestreden besluit op de juiste wijze is bekendgemaakt, gaat de Raad er met de rechtbank vanuit dat de beroepstermijn op 29 juni 2007 is aangevangen. De beroepstermijn bedraagt zes weken en is derhalve op 10 augustus 2007 ge?indigd. Nu het beroepschrift eerst op 25 februari 2008 is ingediend, is het beroep niet tijdig ingesteld.

4.2. Naar het oordeel van de Raad is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. De Raad kan zich vinden in hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen. De door appellant aangevoerde omstandigheden, doen er niet aan af dat de termijnoverschrijding voor zijn rekening moet komen.

5. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van T. Dolderman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2011.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) T. Dolderman.

JL