Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP5968

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-02-2011
Datum publicatie
01-03-2011
Zaaknummer
09-2926 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De door de rechtbank geraadpleegde deskundige heeft op verzoek van de Raad zijn standpunt met betrekking tot de urenbeperking toegelicht. Deze deskundige is van mening dat gezien de mogelijkheid tot zelfverzorging, de mate van activiteiten en de aard van de aandoening de beperkingen in de FML, waaronder de urenbeperking redelijk zijn. Geen aanleididng van dit oordeel af te wijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/2926 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] wonende te [woonplaats]hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 10 april 2009, 07/897 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.J. Hagemeijer, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2009. Appellante was vertegenwoordigd door mr. C. Brouwer-Morren, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, en het Uwv door M. Florijn. Ter zitting is het onderzoek geschorst teneinde de door de rechtbank geraadpleegde deskundige, reumatoloog dr. G.H.C. Schardijn, een nadere toelichting te vragen op zijn antwoord met betrekking tot de noodzaak van een urenbeperking.

De deskundige heeft op 17 februari 2010 deze toelichting gegeven. Zijdens appellante is daarop gereageerd. Zij heeft voorts rapporten overgelegd van dr. M. Janssen, reumatoloog, van 9 juni 2010 en 22 december 2010 alsmede een rapport van

dr. E.M. Hoogerwaard, neuroloog, van 24 augustus 2010.

Beide partijen hebben toestemming gegeven om de zaak zonder nadere zitting af te doen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante ontvangt een WAO-uitkering, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.

1.2. Bij besluit van 1 november 2006 heeft het Uwv de uitkering van appellante vanaf 2 januari 2007 verlaagd en vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65-80%.

1.3. Bij besluit op bezwaar van 6 maart 2007 (bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. De rechtbank heeft daarbij het advies van de door haar ingeschakelde deskundige, dr. Schardijn, gevolgd. De deskundige heeft zelf onderzoek verricht en informatie opgevraagd bij de huisarts en reumatoloog van appellante. De deskundige is van mening dat appellante op 2 januari 2007 in staat was 20 uren per week te werken. De rechtbank ziet geen aanleiding deze urenbeperking voor onjuist te houden. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding om te oordelen dat de geduide functies niet vallen binnen de voor appellante vastgestelde belastbaarheid. Een voldoende helder en inzichtelijk te achten arbeidskundige toelichting is echter pas na het tot stand komen van het bestreden besluit verkregen.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar beperkingen niet zorgvuldig zijn vastgesteld. Schardijn heeft geen acht geslagen op haar beperkte uithoudingsvermogen en de urenbeperking niet gemotiveerd. Appellante blijft van mening dat 20 uren per week te veel voor haar is. Zij is door de gemeente Maarssen ontheven van de sollicitatieplicht.

4.1. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen wezenlijke nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen pleegt de Raad het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde onafhankelijke deskundige in beginsel te volgen. Ook de Raad is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken. De deskundige Schardijn heeft op verzoek van de Raad zijn standpunt met betrekking tot de urenbeperking toegelicht. Hij is van mening dat gezien de mogelijkheid tot zelfverzorging, de mate van activiteiten en de aard van de aandoening de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML, waaronder de urenbeperking) redelijk zijn. De Raad acht deze toelichting overtuigend. De door appellante ingebrachte rapporten van Hoogerwaard en Janssen leiden niet tot een andere conclusie. Hoogerwaard vindt geen aanwijzingen voor een neuromusculaire aandoening en op het EMG zijn geen afwijkingen te zien. Janssen kan zich verenigen met de beperkingen zoals door de verzekeringsarts aangegeven op de FML en de opgave van de arbeidsmogelijkheden ontmoet bij hem uit medisch oogpunt geen bezwaren. Voorts kan hij instemmen met het rapport van Schardijn en met zijn antwoord van 17 februari 2010. De door appellante overgelegde brieven met betrekking tot de sollicitatieplicht zien niet op 2 januari 2007 en leiden dus evenmin tot een ander oordeel.

4.2. Het hoger beroep slaagt dus niet.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.A. van Amerongen.

JL