Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP5633

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
09-6976 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht meer op een uitkering ingevolge de ZW. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/6976 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 november 2009, 09/2424 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.A. Timmer, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 30 november 2010 is namens appellant een reactie van 10 oktober 2010 van psychiater V.M. Artist ingestuurd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2011. Namens appellant is mr. Timmer verschenen. Namens het Uwv is verschenen M.L. Turnhout.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant ontving met ingang van 16 december 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Na een herbeoordeling op grond van het per 1 oktober 2004 aangepaste Schattingsbesluit is bij besluit van 19 juni 2007 de WAO-uitkering van appellant met ingang van 20 augustus 2007 ingetrokken op de grond dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedraagt.

1.3. Op 26 augustus 2008 heeft appellant zich, vanuit de situatie dat hij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving, ziek gemeld wegens toename van pijnklachten in de linkerschouder en de linkerbovenarm. Appellant is op 26 november 2008 gezien op het spreekuur van verzekeringsarts S.V. Kandhai, waarna deze verzekeringsarts informatie heeft opgevraagd bij de orthopedisch chirurg P.E. Huysmans. Uit de op 7 januari 2009 verstrekte informatie van Huysmans blijkt dat appellant links een zogenoemde frozen shoulder heeft. Nadat hij appellant opnieuw heeft gezien tijdens een spreekuur, concludeert verzekeringsarts Kandhai in zijn rapport van 3 februari 2009 dat appellant geschikt is te achten voor één van de in het kader van de WAO-beoordeling geduide functies, te weten de functie productiemedewerker industrie (sbc-code 111180). Dit betreft een functie die geen zwaar armbelastende activiteiten heeft en waarbij appellant niet boven schouderhoogte hoeft te werken. Op basis hiervan heeft het Uwv bij besluit van 3 februari 2009 aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 4 februari 2009 geen recht meer heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW). Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.4. In de bezwaarfase is onderzoek verricht door bezwaarverzekeringsarts R.M.E. Blanker. Deze bezwaarverzekeringsarts heeft appellant onderzocht tijdens een spreekuur en de door appellant in bezwaar overgelegde informatie van 24 februari 2009 van de huisarts bij zijn beoordeling betrokken. Na weging van de beschikbare medische gegevens heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapportage van 11 maart 2009 geconcludeerd dat er bij appellant alleen sprake is van objectieve pathologie van de linkerschouder en niet van de rechterschouder. De bezwaarverzekeringsarts kan zich vinden in het oordeel van de verzekeringsarts dat appellant, met inachtneming van de beperkingen aan zijn linkerschouder, geschikt is te achten voor de functie soldering technician binnen de sbc-code 111180. Bij besluit van 11 maart 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 februari 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest en de conclusie kan dragen dat appellant met ingang van 4 februari 2009 geschikt is voor de in het kader van de WAO geduide functie productiemedewerker industrie.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn beperkingen van de linkerarm en linkerschouder zijn onderschat en dat hij niet in staat is de functie van productiemedewerker industrie te vervullen. Daarnaast heeft het Uwv onvoldoende rekening gehouden met een toename van zijn psychische klachten. In dit verband verwijst appellant naar een door hem in beroep overgelegd expertiserapport van maart 2009 van psychiater Artist.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld.

4.3. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad dient onder “zijn arbeid” in voormelde zin te worden verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Deze regel lijdt echter in zoverre uitzondering dat, wanneer de verzekerde na het volbrengen van de voorgeschreven wachttijd, blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat, als maatstaf geldt arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van betrokkenes aanspraak op een uitkering ingevolge de WAO. Van ongeschiktheid in de zin van de ZW is geen sprake, indien de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de functies die zijn geselecteerd bij de schatting in het kader van de WAO.

4.4. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsarts onzorgvuldig is geweest, dan wel dat de uitkomst daarvan onjuist zou zijn. Daartoe overweegt de Raad dat bezwaarverzekeringsarts Blanker in zijn rapportage van 11 maart 2009 afdoende heeft gemotiveerd dat er in de functie soldering technician (sbc-code 111180) geen sprake is van overschrijding van de belastbaarheid van appellant, ook niet wat betreft de door appellant aangevoerde aspecten. In dit verband merkt de Raad nog op dat in de functie soldering technician niet meer dan twee kilogram getild hoeft te worden.

Wat betreft het in beroep overgelegde rapport van psychiater Artist is de Raad van oordeel dat bezwaarverzekeringsarts Blanker in zijn rapportage van 10 juni 2009 afdoende heeft gemotiveerd waarom het rapport van Artist geen aanleiding geeft om appellant vanwege zijn psychische klachten meer dan wel ernstiger beperkt te achten. In voormelde rapportage merkt bezwaarverzekeringsarts Blanker in dit verband terecht op dat appellant zich op 26 augustus 2008 ziek heeft gemeld enkel wegens een toename van zijn fysieke klachten.

4.5. Uit de overwegingen 4.2 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en A.A.H. Schifferstein en M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van M.R. van der Vos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) M.R. van der Vos.

KR