Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP5614

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
08-7130 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring van het hoger beroep vanwege geen procesbelang (meer) bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/7130 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 november 2008, 08/3564 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd heeft het Uwv bij brief van 8 februari 2010 de Raad nadere informatie doen toekomen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2011. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit op bezwaar van 29 augustus 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant, dat was gericht tegen het besluit van 7 februari 2008 waarbij is geweigerd terug te komen van het besluit van 20 april 2006, ongegrond verklaard. Bij dit laatste besluit is vastgesteld dat appellant met ingang van 10 mei 2006 geen recht heeft op uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

1.2. In de aangevallen uitspraak is het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep van appellant ongegrond verklaard.

2. Appellant heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij geen procesbelang (meer) heeft bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak.

3. De Raad ziet onder deze omstandigheden aanleiding het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk te verklaren.

4. De Raad acht voorts geen termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en A.A.H. Schifferstein en M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van M.R. van der Vos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) M.R. van der Vos.

CVG