Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP5599

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
08-6681 Wajong
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag voor een uitkering op grond van de Wajong. Appellante was op de dag dat zij 17 jaar oud was, niet arbeidsongeschikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/6681 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 november 2008, 07/3586 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 februari 2011.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2011. Appellante en haar gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F. Snatager.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is geboren op 13 april 1979. Op 16 juni 2007 heeft zij bij het Uwv een aanvraag gedaan voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Nadat appellante daartoe door een verzekeringsarts was onderzocht, heeft het Uwv bij besluit van 27 september 2007 die aanvraag afgewezen. Het Uwv heeft zich daarbij onder meer op het standpunt gesteld dat appellante op de dag dat zij 17 jaar oud was, niet arbeidsongeschikt was.

1.2. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 27 september 2007. Een bezwaarverzekeringsarts heeft de medische gegevens beoordeeld. Bij besluit van 28 november 2007 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard en het eerdere standpunt over de arbeidsongeschiktheid op haar 17e verjaardag gehandhaafd.

2. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank dat beroep ongegrond verklaard. Mede gelet op een in beroep ingebrachte rapportage van de bezwaarverzekeringsarts zag de rechtbank geen aanleiding om de conclusies van het Uwv ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid op haar 17e voor onjuist te houden. De rechtbank wees er daarbij op dat appellante in 1997 de Havo heeft afgerond en in 1998 nog enkele perioden heeft gewerkt totdat zij uitviel vanwege haar zwangerschap en een bevalling in maart 1999.

3. In hoger beroep wijst appellante er op dat zij het slachtoffer is van een veel te laat gestelde diagnose. Zij stelt dat het voor de bepaling van haar arbeidsongeschiktheid niet uitmaakt dat zij de Havo met succes heeft afgemaakt. Daarbij wijst zij ook op de conclusies van de behandelende neurologen. Zij verzoekt dan ook om een door een deskundige te verrichten onderzoek.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad kan zich verenigen met hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft vastgesteld en overwogen en volstaat er dan ook mee te verwijzen naar de aangevallen uitspraak. Met de rechtbank wordt nog benadrukt dat het feit dat de ziekte MS rond haar 15e of 16e levensjaar een aanvang zou hebben genomen, niet betekent dat zij in aanmerking moet worden gebracht voor een Wajong-uitkering. Van belang daarbij is dat er op dat moment nog geen sprake was van arbeidsongeschiktheid. Zij voltooide in de periode rond haar 18e verjaardag de Havo met succes, studeerde daarna enige tijd aan de HTS en werkte vervolgens bijna een jaar via voornamelijk uitzendbureau’s.

4.2. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellant.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en T. Hoogenboom en H.G. Rottier als leden, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2011.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) N.S.A. El Hana.

TM