Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP5596

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
09-5124 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongewijzigde voortzetting WGA-uitkering. De Raad ziet in de rapportage van 26 maart 2010 - in samenhang met het rapport van 21 november 2008 - een voldoende onderbouwing voor de inschatting van bezwaarverzekeringsarts Tjen dat de vermoeidheidsklachten kunnen afnemen en appellantes functionele mogelijkheden verbeteren. Zijn visie berust naar het oordeel van de Raad op een afweging van de concrete omstandigheden. De Raad neemt voorts in aanmerking dat Tjen bij zijn inschatting de beschikking heeft gehad over de informatie van appellantes behandelaars.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5124 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 3 augustus 2009, 09/148 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2010. Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huijs.

De Raad heeft aanleiding gezien het onderzoek te heropenen.

Het Uwv heeft op verzoek van de Raad een rapportage van bezwaarverzekeringsarts P. Tjen van 26 maart 2010 in geding gebracht.

Partijen hebben toestemming gegeven tot afdoening buiten zitting.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Op 5 juli 2004 is appellante uitgevallen in haar werk als meubelverkoopster ten gevolge van een erfelijke vorm van darmkanker in verband waarmee zij op 30 maart 2006 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft aangevraagd. Bij besluit van 12 juli 2006 is aan appellante met ingang van 3 juli 2006 een loongerelateerde uitkering ingevolge de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Bij besluit van 2 augustus 2007 is de WGA-uitkering ongewijzigd voortgezet. Hiertegen heeft appellante bezwaar gemaakt. Bij besluit van 21 december 2007 heeft het Uwv zijn besluit van 2 augustus 2007 evenwel gehandhaafd.

1.3. Bij haar uitspraak van 17 juni 2008 heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en het Uwv opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het duurzame karakter van appellantes klachten bij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onderbelicht is gebleven.

1.4. Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank van 17 juni 2008 heeft het Uwv bij besluit van 19 december 2008 (hierna: het bestreden besluit) de bezwaren van appellante, na een nieuwe medische beoordeling op grond van recente gegevens uit de behandelende sector, opnieuw ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep voert appellante aan dat de vermoeidheidsklachten ten onrechte zijn gepasseerd bij de beoordeling van de duurzaamheid van haar arbeidsongeschiktheid.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. Volgens vaste rechtspraak van de Raad gaat het bij de beantwoording van de vraag of sprake is van duurzaamheid om de inschatting van de toekomstige ontwikkelingen van arbeidsbeperkingen. Of er sprake is van een kans op herstel dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden.

4.3. Anders dan appellante betoogt, ziet de Raad in de rapportage van 26 maart 2010 - in samenhang met het rapport van 21 november 2008 - een voldoende onderbouwing voor de inschatting van bezwaarverzekeringsarts Tjen dat de vermoeidheidsklachten kunnen afnemen en appellantes functionele mogelijkheden verbeteren. Zijn visie berust naar het oordeel van de Raad op een afweging van de concrete omstandigheden. De Raad neemt voorts in aanmerking dat Tjen bij zijn inschatting de beschikking heeft gehad over de informatie van appellantes behandelaars.

4.4. Voor een andersluidend oordeel heeft de Raad in de voorhanden zijnde medische stukken geen aanknopingspunten gevonden.

4.5. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2011.

(get.) R.C. Stam.

(get.) M.A. van Amerongen.

JL