Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP4874

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
17-02-2011
Zaaknummer
10-85 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking (volledige) WAO-uitkering: minder dan 15% arbeidsongeschikt. Herhaling van de in beroep aangevoerde gronden zonder te vermelden waarom het oordeel van de rechtbank over die gronden onjuist is. Geen nieuwe medische stukken ingebracht. De ter zitting gestelden psychische klachten zijn niet met medische stukken onderbouwd. Met betrekking tot eveneens ter zitting door appellant vermelde aandoeningen van het bewegingsapparaat heeft het Uwv vastgesteld dat die klachten er niet aan in de weg staan dat appellant fysiek belastbaar is met arbeid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/85 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 november 2009, 09/692 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 januari 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M.A. Oosterveen, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant is met ingang van 10 juni 2003 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), geweigerd, omdat hij voor minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Op 27 oktober 2003 heeft appellant zich ziek gemeld in verband met spanningsklachten. Per 17 oktober 2003 is hij arbeidsongeschikt geacht naar een mate van 80 tot 100%. In het kader van een herbeoordeling heeft een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden. Bij besluit van 25 augustus 2008 is appellants WAO-uitkering met ingang van 26 oktober 2008 ingetrokken omdat appellant met ingang van deze datum voor minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 25 augustus 2008 is bij besluit van 22 januari 2009 ongegrond verklaard. Het besluit van

22 januari 2009 berust op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig heronderzoek.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 22 januari 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige grondslag van dat besluit onderschreven.

3. Appellant heeft zich gekeerd tegen de aangevallen uitspraak, zich op het standpunt stellend, dat het Uwv zijn beperkingen voor het verrichten van arbeid op onzorgvuldige wijze heeft onderzocht en vastgesteld. Hij acht die beperkingen onderschat en stelt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In hoger beroep heeft appellant, in de schriftelijke gedingvoering, volstaan met herhaling van de door hem in beroep aangevoerde en door de rechtbank in de aangevallen uitspraak besproken gronden, echter, zonder te vermelden waarom naar zijn opvatting het oordeel van de rechtbank over die gronden onjuist is. Appellant heeft evenmin nieuwe stukken van medische aard in het geding gebracht. De Raad is van oordeel dat de rechtbank die gronden op juiste wijze heeft besproken en op juiste wijze heeft gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank.

4.2. Ter zitting heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank zijn psychische klachten heeft miskend. De Raad stelt vast dat in verband met die klachten, zoals blijkt uit de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 29 mei 2008, beperkingen zijn aangenomen. De Raad ziet dit argument van appellant niet slagen nu hij, naar namens hem is bevestigd, zijn klachten daaromtrent niet kan onderbouwen met enig medisch stuk dat een aanwijzing bevat voor de juistheid van zijn stelling. Met betrekking tot eveneens ter zitting door appellant vermelde aandoeningen van het bewegingsapparaat, overweegt de Raad dat het Uwv heeft vastgesteld dat die klachten er niet aan in de weg staan dat appellant fysiek belastbaar is met arbeid. Voorts constateert de Raad dat uit de FML blijkt dat er beperkingen zijn aangenomen met betrekking tot het aspect dynamische handelingen. De Raad heeft in hetgeen appellant ter zitting heeft aangevoerd geen aanknopingspunt gevonden voor twijfel aan de juistheid van die FML op dat punt.

4.3. Hetgeen in 4.1 en 4.2 is aangevoerd leidt ertoe dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2011.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) T.J. van der Torn.

TM