Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP4822

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
09-3559 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ziekengeld. Zorgvuldig medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsarts. Appellant is geschikt te achten voor de functies van baliemedewerker en telefonist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3559 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 18 mei 2009, 08/1142 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.L. Beuving, werkzaam bij Klaverblad Rechtsbijstand Stichting te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 januari 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Beuving. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van Nederveen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was werkzaam als agrarisch medewerker toen hij op 29 december 1998 voor dit werk is uitgevallen met rugklachten. Na ommekomst van de wettelijke wachttijd die destijds 52 weken bedroeg, heeft het Uwv hem een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Vervolgens heeft appellant zich per 4 oktober 2006 ziek gemeld met neuropathische klachten. Naar aanleiding van deze ziekmelding heeft appellant enkele malen het spreekuur bezocht van de verzekeringsarts J.J.B. Batelaan, voor het laatst op 14 december 2007. Deze arts is tot de conclusie gekomen dat appellant met ingang van 19 december 2007 geschikt kan worden geacht voor enkele van de in het kader van de eerdere WAO-beoordeling geduide functies, nu er ten opzichte van deze eerdere beoordeling geen sprake is van een gewijzigde medische toestand. Bij besluit van 14 december 2007 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij dienovereenkomstig met ingang van 19 december 2007 geen recht meer heeft op ziekengeld.

1.2. Appellant heeft tegen het besluit van 14 december 2007 een bezwaarschrift ingediend. Na een herbeoordeling door de bezwaarverzekeringsarts A. de Vries heeft het Uwv het bezwaar van appellant bij besluit van 5 maart 2008 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. Ingevolge artikel 19 eerste en vierde lid, van de Ziektewet (ZW) heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld.

3.3. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad dient onder “zijn arbeid” in voormelde zin te worden verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Deze regel lijdt echter in zoverre uitzondering dat, wanneer de verzekerde na het volbrengen van de voorgeschreven wachttijd, blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enige arbeid heeft hervat, als maatstaf geldt arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van betrokkenes aanspraak op een uitkering ingevolge de WAO. Van ongeschiktheid in de zin van de ZW is geen sprake indien de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de functies die zijn geselecteerd bij de schatting in het kader van de WAO.

3.4. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsarts onzorgvuldig is geweest, dan wel dat de uitkomst daarvan onjuist zou zijn. Daartoe overweegt de Raad dat de verzekeringsarts Batelaan appellant op het spreekuur van 14 december 2007 heeft onderzocht – waarbij hij geen pathologie heeft kunnen vaststellen – en daarbij de beschikking had over de informatie van de huisarts van 18 april 2007 en de anesthesioloog van 17 oktober 2007. Uit deze informatie blijkt dat appellant uitgebreid is onderzocht op neurologisch, reumatologisch en psychiatrisch gebied, zonder dat daarbij een uitgesproken objectiveerbare aandoening is aangetoond. Appellant is dan ook geschikt te achten voor de bij de eerdere WAO-beoordeling geduide functies van baliemedewerker en telefonist, aldus Batelaan. Vervolgens heeft de bezwaarverzekeringsarts De Vries appellant op de hoorzitting van 7 februari 2008 geobserveerd en dossierstudie verricht waarbij hij de bij het bezwaarschrift gevoegde informatie van de neuroloog van 25 juni 2007 heeft meegewogen. De bezwaarverzekeringsarts heeft daarop in de rapportage van 20 februari 2008 gesteld dat uit de beschikbare informatie niet blijkt dat uiteindelijk de diagnose neuropathie is gesteld. Nu de verzekeringsarts geen aanwijzingen heeft gehad voor (psycho)pathologie en verschillende medisch specialisten de klachten van appellant niet aan een diagnose hebben kunnen koppelen, is de bezwaarverzekeringsarts – die tijdens de hoorzitting evenmin specifieke aanwijzingen heeft gevonden voor tekenen van een psychische ziekte – tot de conclusie gekomen dat er geen medische argumenten zijn om uit te gaan van een gewijzigde medische toestand ten opzichte van de eerdere WAO-beoordeling. Appellant is volgens de bezwaarverzekeringsarts dan ook geschikt te achten voor de destijds geduide functies.

3.5. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd leidt naar het oordeel van de Raad, gelet op de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 17 augustus 2009 en 28 september 2009, niet tot een ander oordeel. De bezwaarverzekeringsarts heeft genoegzaam gemotiveerd dat uit de ingebrachte informatie van de reumatoloog H.R. van den Brink van 14 mei 2009 blijkt – evenals uit de al in bezwaar bekende informatie van de huisarts – dat de ziekte van Bechterew niet is vastgesteld, evenmin dat sprake is van een andere onderliggende inflammatoire aandoening. Dat door ontstekingen de randen van de gewrichten zijn aangetast, zoals door appellant is aangevoerd, wordt niet met nadere medische gegevens onderbouwd. Ten aanzien van het overgelegde onderzoeksrapport van Heliomare van 20 augustus 2009 heeft de bezwaarverzekeringsarts aangegeven dat die is aangevraagd in het kader van de nieuwe ziekmelding van 19 januari 2009, derhalve meer dan een jaar na de datum in geding. Volgens de bezwaarverzekeringsarts komen uit het onderzoek bovendien geen nieuwe medische gegevens naar voren die een ander licht werpen op de datum in geding. Aan deze informatie kan derhalve niet die betekenis worden gehecht die appellant daaraan gehecht wil zien, hetgeen naar het oordeel van de Raad ook geldt voor de door appellant overgelegde informatie van het Uwv ten aanzien van de nieuwe ziekmelding per 19 januari 2009. Daarbij tekent de Raad aan dat met de ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van appellant die zich na de datum in geding hebben voorgedaan, geen rekening kan worden gehouden, nu uit deze informatie niet zonder meer volgt dat appellant ook per 19 december 2007 meer beperkt zou moeten worden geacht dan door de (bezwaar)verzekeringsarts is aangenomen.

4. Hetgeen onder 3.2 tot en met 3.5 is overwogen leidt tot het oordeel dat het Uwv op juiste gronden het ziekengeld van appellant per 19 december 2007 heeft beëindigd. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, inzake de vergoeding van de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) R.L. Venneman.

TM