Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP4350

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
10-999 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de ANW. Het hoger beroep van appellante slaagt niet. De Raad verwijst kortheidshalve naar zijn uitspraak van 30 juni 2010 (LJN BM9938), waarin de gemachtigde van appellante ook is opgetreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/999 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 december 2009, 09/846 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 11 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft geen verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2011. Appellante was daar vertegenwoordigd door mr. De Roy van Zuydewijn en de Svb door A. van der Weerd.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, geboren in 1953, woont in Marokko en bezit de Marokkaanse nationaliteit. In 1975 is appellante gehuwd met [A.], geboren in 1935. De echtgenoot van appellante heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is naar Marokko geremigreerd.

1.2. Op 15 augustus 2002 is de echtgenoot van appellante in Marokko overleden.

1.3. Hierna heeft appellante een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Op deze aanvraag is afwijzend beslist op de grond dat de echtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was.

Deze beslissing is in rechte onaantastbaar geworden.

1.4. Bij formulier van 20 juli 2007 heeft appellante de Svb verzocht om haar echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de ANW op gelijke voorwaarden als toelating tot de vrijwillige verzekering op basis van het Besluit van

19 december 2005, houdende regels inzake een vrijwillige verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden over een periode gelegen voor

1 januari 2006 (Stb 2005, 720, hierna: KB 720). Dit verzoek is bij besluit van 16 augustus 2007 afgewezen. Appellantes bezwaren hiertegen zijn bij besluit van 20 januari 2009 (besluit op bezwaar) door de Svb ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. Appellante heeft in hoger beroep haar in eerste aanleg opgeworpen stellingen herhaald. De Raad ziet hierin geen reden voor een ander oordeel dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad verwijst daartoe kortheidshalve naar zijn uitspraak van 30 juni 2010 (LJN BM9938), waarin de gemachtigde van appellante ook is opgetreden.

4. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep van appellante niet. De aangevallen uitspraak zal daarom door de Raad worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2011.

(get.) T.L. de Vries

(get.) N.S.A. El Hana

JL