Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP3488

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-02-2011
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
09-5495 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering kinderbijslag. 1) Het beroepschrift is binnen de beroepstermijn van zes weken per aangetekende post vanuit Marokko verzonden. Hoewel het beroepschrift later dan een week na afloop van de beroepstermijn van zes weken is ontvangen, kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest, zodat het hoger beroep van appellant ontvankelijk is te achten. 2) Bepalend is dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het rapport van de Attaché voor Sociale Zaken van 7 april 2008 niet zorgvuldig tot stand is gekomen en evenmin dat het kind in het vierde kwartaal van 2007 tot en met het tweede kwartaal van 2008 voldeed aan de eis van een gemiddeld aantal van 213 klokuren per kwartaal of valt onder één van de uitzonderingen op de klokureneis als genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Regeling Klokuren 1998.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5495 AKW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 juli 2009, 08/3342 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 4 februari 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 januari 2011. Appellant is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. Appellant ontving kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ten behoeve van zijn dochter [ L], geboren [ in 1990]. Op 1 november 2007 heeft de Svb van het Institut Al Irfan te [woonplaats] een verklaring met betrekking tot [ L] ontvangen over het schooljaar 2007-2008. Vervolgens heeft de Svb de Attaché voor Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade in Marokko verzocht een onderzoek in te stellen naar het aantal uren onderwijs dat [ L] volgt.

1.3. De Attaché voor Sociale Zaken heeft op 7 april 2008 een rapport uitgebracht, waarin is geconcludeerd dat [ L] tijdens het schooljaar 2007-2008 gemiddeld minder dan 213 klokuren per kwartaal onderwijs volgt en in totaal gedurende dit schooljaar minder dan 1600 uur aan het volgen van onderwijs besteedt.

1.4. Hierop heeft de Svb bij besluit van 24 april 2008 geweigerd aan appellant ten behoeve van zijn dochter [ L] kinderbijslag toe te kennen over het vierde kwartaal van 2007 tot en met het tweede kwartaal van 2008. Het bezwaar van appellant hiertegen heeft de Svb bij besluit van 25 juli 2008 (hierna: besluit op bezwaar) ongegrond verklaard. Daartoe is verwezen naar artikel 7 van de AKW en de Regeling Klokuren 1998.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit op bezwaar ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat uit het onderzoek van de Attaché voor Sociale Zaken is gebleken dat niet is voldaan aan de vereisten zoals die zijn neergelegd in artikel 7, tweede lid, van de AKW, terwijl er evenmin sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Regeling Klokuren 1998.

3. In hoger beroep heeft appellant evenals in beroep gesteld dat [ L] in het schooljaar 2007-2008 wel degelijk aanspraakgevend onderwijs heeft gevolgd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het hoger beroep overweegt de Raad dat het beroepschrift binnen de beroepstermijn van zes weken per aangetekende post vanuit Marokko is verzonden. Hoewel het beroepschrift later dan een week na afloop van de beroepstermijn van zes weken is ontvangen, kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest, zodat het hoger beroep van appellant ontvankelijk is te achten. De Raad verwijst in dit verband kortheidshalve naar zijn uitspraak van 31 mei 2007, LJN BA6714.

4.2. Met betrekking tot de aangevallen uitspraak overweegt de Raad dat de gedingstukken en het verhandelde ter zitting de Raad geen aanleiding geven om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De Raad onderschrijft de door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigde overwegingen en maakt deze tot de zijne. Niet in geschil is dat [ L] in het schooljaar 2007-2008 onderwijs heeft gevolgd aan het Institut Al Irfan te [woonplaats]. Bepalend is dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het rapport van de Attaché voor Sociale Zaken van 7 april 2008 niet zorgvuldig tot stand is gekomen en evenmin dat [ L] in het vierde kwartaal van 2007 tot en met het tweede kwartaal van 2008 voldeed aan de eis van een gemiddeld aantal van 213 klokuren per kwartaal of valt onder één van de uitzonderingen op de klokureneis als genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Regeling Klokuren 1998.

5. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en E.E.V. Lenos als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2011.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) M.A. van Amerongen.

TM

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

Confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par M.M. van der Kade en qualité de président, T.L. de Vries et

E.E.V. Lenos comme membres, en présence de M.A. van Amerongen en

qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 4 februari 2011.