Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP2217

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
28-01-2011
Zaaknummer
10-2010 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2010 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 maart 2010, 09/2410 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum: 26 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 januari 2011. Appellant en zijn gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. J. Hut.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 29 april 2009 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Werkloosheidswet (WW) met ingang van 29 december 2008 herzien. Bij hetzelfde besluit heeft het Uwv de over de periode van 29 december 2008 tot en met 12 april 2009 onverschuldigd betaalde WW-uitkering tot een bruto bedrag van € 5.139,84 van appellant teruggevorderd.

1.2. Bij besluit van 29 juni 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 29 april 2009 wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.

2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In zijn bezwaarschrift heeft appellant vermeld dat hij het besluit van 29 april 2009 op 1 mei 2009 heeft ontvangen. De Raad is van oordeel dat daarmee voldoende vast staat dat het Uwv het besluit van 29 april 2009 met verzending op die dag op de in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt aan appellant. Dit betekent dat ingevolge artikel 6:8 van de Awb de termijn voor het maken van bezwaar op 30 april 2009 is aangevangen en dat 10 juni 2009 de laatste dag was waarop nog tijdig bezwaar gemaakt kon worden. Het namens appellant op 11 juni 2009 verzonden bezwaarschrift is derhalve niet tijdig ingediend. De Raad is niet gebleken van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb op grond waarvan redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat appellant in verzuim is geweest.

4.2. Ten aanzien van de stelling van appellant in hoger beroep dat zijn toenmalige gemachtigde de bezwaartermijn verkeerd in zijn agenda heeft gezet merkt de Raad op dat volgens zijn vaste rechtspraak in gevallen van termijnoverschrijding een (beoordelings)fout van degene die is ingeschakeld om de belangen van een rechtzoekende te behartigen, dient te worden toegerekend aan de rechtzoekende. De Raad ziet in het geval van appellant geen aanleiding om hierover anders te oordelen.

5. Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 en 4.2 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2011.

(get.) M. Greebe.

(get.) M.D.F. de Moor.

NK