Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP2212

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
28-01-2011
Zaaknummer
09-6550 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6550 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 oktober 2009, 09/285 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum: 26 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.M.M. Brouwer, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 januari 2011. Voor appellante verscheen mr. Brouwer. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 20 maart 2008 heeft het Uwv bepaald dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO), laatstelijk 80 tot 100%, met ingang van 21 mei 2008 wordt herzien naar 45 tot 55%.

1.2. Bij besluit van 4 december 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 20 maart 2008 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3. In hoger beroep stelt appellante dat bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid onvoldoende rekening is gehouden met haar klachten en beperkingen en dat zij niet in staat is de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te verrichten.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. De Raad is van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is geweest en ziet met de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en de volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen. Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe medische informatie overgelegd die een ander licht op de zaak werpt.

4.3. Verder is de Raad van oordeel dat het Uwv de geschiktheid van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in voldoende mate heeft aangetoond. Met betrekking tot de beroepsgrond van appellante dat de functie chauffeur bijzonder vervoer (sbc-code 282101) niet geschikt is omdat zij zich in deze functie bovenmatig moet concentreren, verwijst de Raad naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 31 oktober 2008. In deze rapportage is uiteengezet dat waar appellante beperkt is voor werkzaamheden waarbij een sterke concentratie nodig is, wordt gedoeld op een bovennormaal waarde ten aanzien van het concentratievermogen. Deze uiteenzetting komt de Raad niet onjuist voor. Nu niet is gebleken dat in de functie chauffeur bijzonder vervoer een bovennormaal concentratievermogen vereist is, is ook deze functie terecht ten grondslag gelegd aan de onderhavige schatting.

5. Uit hetgeen onder 4.2 en 4.3 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2011.

(get.) M. Greebe.

(get.) M.D.F. de Moor.

NK